Saul en David, uitgebeeld door Haendel en Rembrandt

 
28 januari 2021
Cycladen harp.jpg

HAENDEL, O Lord, whose mercies numberless, uit Saul

 

Saul en David in het Oude Testament

Tot de onvergetelijkste bladzijden uit het Oude Testament behoren ongetwijfeld de verhalen over de moeilijke verhouding tussen Saul en David in de twee boeken Samuel. Samuel was de profeet die Saul tot de eerste koning van de Israëlieten zalfde. De vorst viel echter bij God in ongenade omdat hij diens wetten niet respecteerde en te eigenzinnig optrad. Toen “week de geest van Jahwe uit Saul” en hij viel ten prooi aan buien van melancholie en zelfs waanzin.

 

Om zijn zwaarmoedigheid te verdrijven nam hij de herdersjongen David bij zich om door diens citerspel opbeuring te vinden. Als vertrouweling werd David tevens zijn wapendrager. De beroemdste episode uit deze geschiedenis is Davids heldendaad: op het slagveld brengt hij de onoverwinnelijke Filistijnse reus Goliath om met een steen uit zijn slinger.

 

Bij het volk stijgt Davids succes dermate dat Saul hem begint te haten. Tweemaal slingert de jaloerse koning zijn speer naar de jonge held tijdens diens citerspel. Als Sauls dochter Mikal verliefd wordt op David, stemt Saul toch toe in een huwelijk in de stille hoop dat zijn schoonzoon als legeraanvoerder in de oorlog tegen de Filistijnen zal sneuvelen. Intussen heeft zich een intense vriendschap ontwikkeld tussen David en Sauls zoon Jonathan, die zijn vriend door dik en dun tegen zijn vader verdedigt. Uiteindelijk ziet David zich genoodzaakt te vluchten voor de bedreigingen van Saul, die hem genadeloos blijft achtervolgen. Uit respect voor de gezalfde koning laat David tweemaal de kans voorbijgaan om Saul te doden.

 

Na een nederlaag tijdens een van zijn veldslagen tegen de Filistijnen stort Saul zich op zijn zwaard. Jonatan sneuvelt. Na het bericht van hun dood heft David ter ere van de twee oorlogshelden een ontroerende klaagzang aan, waarin noch de haat van Saul noch enige wrok vanwege David een plaats krijgt.

 

Na de dood van Saul wordt David de nieuwe koning, in welke hoedanigheid hij vroeger al in het geheim door Samuel was gezalfd.

 

In de muziek is het thema van de jaloezie en de haat van Saul tegenover David meesterlijk gedramatiseerd door Georg Friedrich Haendel (1685-1759) in zijn oratorium Saul.

Georg Friedrich Haendel en het Engelse oratorium

Haendel geldt terecht als de schepper van het oratorium in het Engels. In Hamburg, waar hij van 1703 tot 1706 als instrumentalist verbonden was aan de opera, had hij al kennis gemaakt met het genre in het Duits en tijdens tijdens zijn verblijf in Italië tussen 1706 en 1710 had hij voor twee Romeinse mecenassen een Italiaans oratorium gecomponeerd. Eens in Londen, waar hij zich in 1712, na een intermezzo aan het hof van de keurvorst van Hannover, definitief had gevestigd, concentreerde Haendel zich gedurende drie decennia op de Italiaanse opera, al schreef hij in die jaren ook al enkele werken van het type oratorium (Esther, 1732, Deborah en Athalia, 1733, en Saul, 1739, alle in het Engels).

Haendel.jpg

In 1741 zegde hij de Italiaanse opera definitief vaarwel en werd het oratorium zijn uitgelezen domein. Rond 1740 was de glorietijd van de Italiaanse opera immers voorbij. De overschakeling naar het oratorium betekende wel een ingrijpende ommezwaai:

  • het gebruik van de eigen taal

  • een gevarieerder publiek (meer burgerij)

  • een andere, nu overwegend religieus geïnspireerde thematiek (vooral bijbelse onderwerpen)

  • een gewijzigde dramaturgie (geen scenische voorstelling).

 

Toch liggen Haendels oratoria in het verlengde van zijn opera’s. De artistieke middelen zijn dezelfde. Ook het oratorium is structureel gebaseerd op de opeenvolging van recitatieven en aria’s. Zoals de opera’s zijn het, op enkele uitzonderingen na, muzikale drama’s op een nieuw geschreven libretto, waarin individuen, soms ook volkeren, in conflictsituaties zijn geplaatst.

 

Nog al te vaak vergeet men dat Haendels oratoria bestemd waren voor het theater. Zij zijn geen ‘kerkmuziek’ en evenmin bedoeld voor de liturgische diensten, in tegenstelling tot Bachs passies en oratoria. Haendel betitelde ze soms - en terecht - als sacred drama. De première van zijn momenteel populairste oratorium Messiah in Dublin in 1742 werd zelfs aangekondigd als Grand Musical Entertainment.

 

Met het oog op dramatisering van het verhaal kreeg in Engeland vooral het koor een centrale rol, als commentator, zoals vroeger in de Griekse tragedie, of zelfs als agerend personage dat actief bijdraagt tot de afwikkeling van het verhaal (in tegenstelling tot het overwegend solistisch bezette Italiaanse oratorium). Naast de traditie van de Duitse protestantse cantate en passie, die Haendel uit zijn jeugd in zijn geboortestad Halle kende, was voor zijn koren de anglicaanse kerkmuziek een dankbare inspiratiebron. Een van de opvallendste kwaliteiten van Haendels oratoria is ongetwijfeld de stilistische diversiteit van de koren. Binnen een en hetzelfde koor komen frequent uiteenlopende stijlen en technieken aan bod. Contrapuntische verwerking van thema’s gaat hand in hand met akkoordische koordeclamatie, vaak met monumentale allures (zoals in het Hallelujah uit Messiah).

 

Afgezien van het feit dat de bekende bijbelverhalen en het gebruik van de volkstaal in Haendels voordeel speelden, ontleenden zijn oratoria ook hun succes aan patriottische associaties: het volk van Israel dat in enkele van zijn oratoria als protagonist optrad, zoals in Israel in Egypt, stond model voor het Engelse volk dat zich uitverkoren achtte, des te meer omdat de anglicaanse kerk een staatskerk was. Het genre paste uitstekend in de politieke context, als verheerlijking van het koningshuis of als legitimatie van het gezag (bijvoorbeeld tegenover de katholieke troonpretendenten in Saul, Judas Maccabaeus en Solomon). Het oratorium was een perfect medium om een hoogstaande esthetische ervaring te koppelen aan een stichtend en verbindend verhaal, dat uiteenlopende interpretaties toeliet.

 

Het oratorium Saul (1739)

Het oratorium Saul, Haendels vierde Londense oratorium, wordt zonder enige tegenspraak als een van zijn meesterwerken beschouwd. Het libretto is van de hand van de kunstmecenas Charles Jennens (1700-1773), een vriend en vurige bewonderaar van de componist. Enkele jaren later zorgde dezelfde ook voor de tekst van Messiah, die in tegenstelling tot de meeste andere oratoria van Haendel, uitsluitend uit Bijbelcitaten bestaat (wat in feite niet representatief is voor het type sacred drama).

 

Saul was een groots project, waarvoor Haendel tijd noch moeite (en geld) spaarde. Opvallend is vooral de bijzondere aandacht voor de instrumentatie. Zo liet hij speciaal een groot orgel bouwen, en, nog exclusiever, een klokkenspel met een klavier, dat hij luidens een schrijven van Jennens,

een Carillon noemde (in het Engels ‘a Bell’), dat zou klinken als hamers die op een aambeeld worden geslagen en met de klank van dit cyclopische instrument zou hij de arme Saul tot waanzin drijven”.

Haendel was er duidelijk op uit om aan de Bijbel ontleende instrumenten te introduceren, zoals dit carillon, ook bekend als Tubalcain. Deze Tubalcain staat in het boek Genesis vermeld als de eerste smid – en soms wordt hij als de uitvinder van de muziek beschouwd (“Tubal-Kaïn, de stamvader van de smeden, van allen die het brons en het ijzer bewerken”, hoofdstuk 4, v. 22). Ook de trombones, toen in Engeland nagenoeg onbekend, en de harp, waarmee David als psalmdichter meestal wordt afgebeeld, refereren aan Bijbelse instrumenten. Dat Haendel als slagwerk de pauken van de Engelse artillerie uit de Londense Tower liet overkomen, wijst erop dat hij bovendien aan de toehoorders de band wilde suggereren tussen het Oudtestamentische verhaal en de eigen Engelse geschiedenis.

 

Het verhaal van Saul riep, zoals gezegd, overduidelijk vaderlandse associaties op. Ook in Engeland verdwenen officieel gezalfde koningen van het toneel.

  • In 1649 was Charles I door het Parlement afgezet en terechtgesteld. Elk jaar werd deze aanslag op een wettige koning op de dag van zijn executie in kerken over het hele land en in het Parlement herdacht met een plechtige dienst. De voorgeschreven Bijbellezing tijdens deze herdenkingsdienst was de klaagzang van David bij de dood van Saul en Jonathan uit het Oude Testament.

  • Tijdens de zogenaamde ‘Glorious Revolution’ werd in 1688 de katholieke koning James II, de tweede zoon van Charles I en de laatste Stuart (die in eigentijdse geschriften met Saul werd vergeleken), opzijgezet voor de gezagsgetrouwe Nederlandse stadhouder en protestant Willem III van Oranje (die gehuwd was met James’ dochter Mary), ter herstel van de ‘ware religie’.

  • In 1739, toen Haendels Saul in première ging, was Georges II koning van Engeland, de vroegere keurvorst van Hannover bij wie Haendel enige tijd in dienst was geweest. Georges was in feite slechts de 58ste in de rij van troonpredenten! Het gevaar voor rebellie vanuit de in ballingschap verkerende Stuarts was dan ook reëel. Enkele jaren nadien sloegen die inderdaad toe: in 1745 leidde een van de verbannen Stuarts vanuit Schotland de katholieke Jakobitische opstand, die echter fataal afliep in de slag van Culloden. De overwinning inspireerde Handel in 1746 tot het patriotische oratorium Judas Maccabaeus.

 

Saul eindigt echter niet zoals in de Bijbel met de klaagzang en de daaropvolgende burgeroorlog in Israel. Zoals in de opera was in het oratorium een happy end wenselijk – en verdedigbaar –  om te kunnen afsluiten met een positieve boodschap. Het slotkoor is een oproep tot de rechtmatige strijd om de natie in haar waardigheid te herstellen en te behouden.

 

Als muzikaal drama was Saul revolutionair. Niet alleen vanwege de bijzondere instrumentatie (met orgel, carillon, trombones en harp), maar vooral door de vernieuwende solistische bezetting, met een mannelijk personage als centrale figuur, die bovendien een baspartij was (Saul), en door de intense emotionele impact. Haendel slaagde er uitstekend in personages van vlees en bloed psychologisch te typeren, die nog altijd voor iedereen herkenbaar zijn. Het gamma aan emoties dat Haendel tentoonspreidt, is onuitputtelijk: vreugde en verdriet,  liefde  en vriendschap,  verzoening, jaloezie, angst, woede, haat, waanzin, eenzaamheid. Na dertig jaar ervaring met de Italiaanse opera kende Haendel perfect het klappen van de zweep om karakters muzikaal uit te tekenen. In Saul demonstreert hij dat glansrijk.

 

Aria O Lord, whose mercies numberless

Het is moeilijk een fragment te selecteren uit de overvloed van schitterende bladzijden. Ik kies voor een aria waarin David probeert met zijn citer- (of harp)spel een van de aanvallen van Sauls melancholie of woede te verzachten. De scène waar in het eerste bedrijf Davids aria O Lord, whose mercies numberless voorkomt, is gebaseerd op de episode na de overwinning op Goliath. In I Samuel 18 luidt het verhaal als volgt:

Toen David terugkwam van zijn overwinning op de Filistijn trokken de vrouwen van Israel koning Saul zingend en dansend tegemoet, met tamboerijnen, vreugdeliederen en triangels. De dansende vrouwen zongen en riepen: ‘Bij duizenden sloeg Saul ze neer, maar David bij tienduizenden!

Saul was daarover zeer ontstemd en ergerde zich aan dat lied. Hij zei ‘Aan David geven zij tienduizenden, aan mij duizenden; alleen het koningschap ontbreekt hem nog maar!

 

Vanaf dat ogenblik bekeek Saul David met wantrouwen. De volgende dag maakte een boze demon zich van Saul meester in zijn huis en hij raakte buiten zichzelf. Terwijl David zoals gewoonlijk op de citer speelde, wierp Saul de lans die hij in zijn hand had naar David om hem aan de muur te steken. Maar David wist hem tot tweemaal toe te ontwijken.

Julius Schnorr vK Saul wil David doden.j

Deze verhalende passus wordt in het oratorium een intens dramatische scène met vrouwenkoor, de woedende reactie van Saul en het verzoek van Sauls dochter Mikal aan David om met zijn harpspel de koning tot bedaren te brengen. Dan plaatst Haendel de aria O Lord, whose mercies numberless, een van de vele emotionele hoogtepunten uit het werk:

O Lord, whose mercies numberless
O’er all thy works prevail:
Though daily man thy law transgress,
Thy patience cannot fail.

 

 

If yet his sin be not too great,
The busy fiend control;
Yet longer for repentance wait,
And heal his wounded soul. 

Heer, wiens talloze weldaden
meer dan al uw andere werken domineren:
hoewel de mensen dag aan dag uw wetten overtreden,
toch raakt uw geduld nooit op.

Als zijn zonde niet al te groot is,
houd dan die rusteloze duivel onder controle;
wacht nog even op zijn berouw
en genees zijn gewonde ziel.

David richt zich niet direct tot de koning, maar spreekt een gebed uit tot God om Sauls leed te verzachten. Het is een meesterstuk, waarin Haendel op de hem zo typische wijze erin slaagt met een minimum aan middelen het maximum aan emotionele impact te bereiken (zoals ook vaak John Dowland in zijn lute songs).

 

De bezetting is voor hoge stem, strijkers en basso continuo. De hoge stem staat voor een jong personage (zoals David), dat in Haendels tijd werd vertolkt door een castraat, een contratenor of een (mezzo)sopraan, toen vaak wisselend naargelang de beschikbaarheid van solisten.

 

De opbouw is strofisch: twee strofen op dezelfde muziek. Het tempo (largo) past perfect bij een smeekgebed. De instrumentale inleiding, met veel herhaalde tonen, waarbij Haendel aangeeft dat elke noot moet geaccentueerd worden, klinkt als het schroomvol naderen van de zanger David, die dan bovenop de herhaling en de uitbreiding van het instrumentale voorspel zijn ingetogen, maar zo intens gebed zingt. De herhaalde toon in de strijkers wordt even doorbroken door een opvallende dalende lijn, die de zangpartij overneemt op Thy Patience cannot fail (en in de tweede strofe op And heal his wounded soul), een wondermooi moment.

In de twee uitvoeringen die ik uitkoos (met contratenor Andres Scholl en met mezzosproaan Sarah Connolly), voegen beide uitvoerders in de tweede strofe enkele bescheiden versieringen toe.

 

Na de aria volgt een symphony, een instrumentaal intermezzo, waar David zijn lied instrumentaal op de harp herhaalt, met uitgeschreven ornamenten.

 

Saul kalmeert echter niet maar barst uit in woede (aria A serpent in my bosom warm’d) en werpt zijn speer. In de partituur noteert Haendel: Throws his javelin. Exit David (‘Hij werpt zijn speer. David gaat af). Dit is een regieaanwijzing die echter niet bedoeld is voor een scenische voorstelling, maar opdat de toehoorders, die beschikten over een tekstboekje, het verhaal zouden kunnen volgen en de muziek beter begrijpen, want precies op dit moment verklankt Haendel de speerworp met een snel dalende toonladderfiguur in de violen.

 

 

Met Saul zette Haendel zich in 1739 definitief op de kaart als de initiator van het Engelse oratorium dat hij nadien nog verrijkte met achttien werken, voornamelijk Bijbels geïnspireerd (zoals Israel in Egypt, Messiah, Samson, Belshazzar, Judas Maccabaeus, Susanna, Solomon, Jephta), maar ook op basis van heiligenlevens (het onvolprezen Theodora) en enkele profane geschiedenissen gebaseerd op antieke mythen (Semele en Hercules). Wegens de hoge eisen, vooral wat de bezetting betreft, wordt het oratorium Saul zelden live uitgevoerd. Dat het werk een van de hoogtepunten uit Haendels oeuvre is, staat echter buiten kijf.

 

Ignace Bossuyt

 

Uitvoering 1: Andreas Scholl, contratenor, Orchestra of the Age of Enlightenment, o.l.v. Roger Norrington

Uitvoering 2: Sarah Connolly, The Sixteen, o.l.v. Harry Christophers

Partituur: https://imslp.org/wiki/Saul,_HWV_53_(Handel, George Frideric) – partituur Percy Marshalll Young, p. 112-114.

Het volledige oratorium is beschikbaar op youtube in de uitvoering door het Gabrieli Consort & Players, o.l.v. Paul McCreesh (en met Andreas Scholl als David): https://www.youtube.com/watch?v=H0EEM4DviIs  - aria O Lord: 58’54’’

 

Voor het volledige libretto met Nederlandse vertaling: https://www.yumpu.com/nl/document/read/6600435/george-frideric-handel-1685-1759-saul-hwv-53-oratorium-in- 

Rembrandt, Saul en David

 

De ragfijne klanken van de harp sluiten het gebed van David af. Om “het ingetogen en intense gebed” te componeren lijkt Haendel geen noot teveel of te weinig te hebben geschreven. Het doet me denken aan het tot de essentie herleide Cycladische beeldje van de harpspeler uit 2800-2700 voor Chr. Een zuiver lijnenspel is herleid tot enkel het hoogstnodige en de beeldjes afkomstig van de eilandengroep uit de Egeïsche Zee geven een hedendaagse indruk.

Cycladen harp MET.jpg

Gaan we in de schilderkunst op zoek naar de twee protagonisten van het verhaal, David en Saul, dan komen we al snel bij Rembrandt Harmenszoon van Rijn (1606-1669) terecht. In 1630-1631 schildert hij de jonge David die met zijn muziek de heersende vorst Saul in bedwang hoopt te houden.

David_playing_the_Harp_before_Saul_by_Re

Links zit de jonge David met alle aandacht op de handen die de harp bespelen. Rechts, als een ware heerser zit Saul in het volle licht. Zijn rechterhand omklemt de speer waarmee hij David zal bedreigen en net dit detail is het middelpunt van de compositie.

 

Een betere plaats om alle ergernis en woede van de vorst symbolisch aanwezig te stellen kon Rembrandt niet vinden. De meester van het clair-obscure toont ook hier zijn vakkennis. Het norse gelaat van Saul, zijn imponerende mantel en ketting, zijn rechterhand en Davids spelende handen op de harp vangen het licht terwijl de rest van het schilderij eerder in de schaduw blijft.

 

Zoals reeds in vroegere muziekverhalen (bv. nr 1 Bekering van Paulus, en nr 16 Kerstmis in Parijs, bij Georges de la Tour) aangehaald spelen de Utrechtse Caravaggisten een rol in de verspreiding van de clair-obscure techniek in de Hollandse schilderkunst. Deze navolgers van Caravaggio – de Italiaanse meester bij uitstek van het clair-obscure- zullen met hun werken uit het begin van de 17de eeuw zeker en vast Rembrandt hebben geïnspireerd. Hij zet de techniek naar zijn hand en ziet het als een middel om zijn verhaal kracht bij te zetten. Deze David en Saul is daar een uitstekend voorbeeld van.

Voor dit werk baseert Rembrandt zich op een kopergravure (1506-1510) van Lucas van Leyden (1491-1533). Hij heeft bijzonder veel bewondering voor het grafisch werk van Lucas van Leyden en heeft het volledige prentwerk in zijn bezit. Rembrandt laat zich meerdere keren door het werk van van Leyden inspireren.

 

De Vlaamse kunstschilder en schrijver Karel van Mander (1548-1606) publiceert in 1604 zijn driedelig “Schilder-boeck”. Na een inleidend, eerder theoretisch hoofdstuk, buigt hij zich over de schilders uit de oudheid, daarna over de “moderne” Italiaanse schilders en in het derde deel komen de Nederlandse en Duitse schilders aan bod. Zijn werk geeft niet alleen een inkijk in het tijdskader maar vooral ook in de biografieën en werken van de kunstenaars. Zo vinden we over de gravure van Lucas van Leyden:

“Ick hebbe elder van Lucas verhaelt, hoe dat hy seer constigh van uytbeeldinge was, naemlijck in een Print, daer Saul den Coningh, met een uytsinnigh wesen, en natuerlijck dwaes schijnende, den David voor hem spelende, met een Pijcke doorschieten wilt.”

 

Maar net zoals Haendel zich in de aria een meester toont in de beperking, zo ook slaagt Rembrandt erin zijn werk  krachtiger te maken dan de gravure. Omstaanders laat hij achterwege en ook overtollige decoratie vindt geen plaats in Rembrandts werk. Als toeschouwer worden we niet door bijkomstige informatie afgeleid. De spanning tussen David en Saul eist al onze aandacht op.

___

 

In 1655-1658 schildert Rembrandt een tweede Saul en David. Het wordt bewaard in het Museum Mauritshuis in Den Haag.

Saul en David Rembrandt Mauritshuis i tx

Bekijk de figuur van Saul. Opnieuw gebruikt Rembrandt licht en donker om de figuur van Saul kracht bij te zetten. Mooi ook hoe de schilder de dualiteit van de man aangeeft: tranen van ontroering (?) worden met een stukje van het gordijn weggeveegd, maar tegelijkertijd ligt de krachtige hand op de speer voor David klaar.

Saul en David Rembrandt Mauritshuis i tx

Het gordijn is in de iconografie van Saul en David uitzonderlijk en nieuw. Niet te verwonderen dus dat bij het onderzoek naar de authenticiteit van het werk precies dit fragment van kapitaal belang is geweest. Was het een overschildering of heeft Rembrandt het wel degelijk zelf geschilderd? Er werd lang getwijfeld of dit schilderij wel een echte Rembrandt zou zijn. Na jarenlang doorgedreven hoogtechnologisch onderzoek en restauratie  is de authenticiteit bevestigd en sinds 2015 is het werk als “een Rembrandt” in het museum te zien. 

Het schilderij heeft een bewogen geschiedenis. Ik citeer uit een tekst van Museum Mauritshuis:

“We weten dat Saul en David oorspronkelijk een ander formaat had dan nu. Toch bleek het nog een ingewikkelde opgave het originele formaat te achterhalen. Met behulp van de nieuwste apparatuur en onderzoeksmethodes is duidelijk geworden dat het huidige schilderij uit niet minder dan 15 verschillende stukken doek bestaat: twee grote stukken van het oorspronkelijke doek (één met Saul en één met David), aangevuld met een oud doek (een kopie naar een portret van Anthony van Dyck)  en andere repen aan de zijkanten van het schilderij.” 

 

Dank zij röntgenfotografie is het hier vermelde aanvullende doek geïdentificeerd. Kunsthistoricus Georg Weber kon in de onderliggende schildering een hand en een mouw achterhalen en vond de originele bron. We hebben hier te maken met een op z’n kop gezet fragment van een kopie naar een portret van aartshertogin Isabella als kloosterling, oorspronkelijk geschilderd door van Dyck. Deze kopie werd dus in het werk van David en Saul ingevoegd, wellicht na een beschadiging van het werk van Rembrandt en is dus te lezen als een “restauratie” van latere datum.

Weefselonderzoek bracht ook aan het licht dat het werk aan de onderkant zeker 10cm is ingekort. Tussen David en Saul ontbreekt ook een tweetal cm.

Rembrandts werk is dus echt een puzzel geworden en het knappe onderzoek- en restauratiewerk heeft een fascinerend licht geworpen op het geheel. Op die manier onthult het schilderij beetje bij beetje zijn geheim verleden.

Wil je graag meer vernemen over de acht jaar durende restauratie en het onderzoek naar het werk? In vier korte “colleges” krijg je de diverse facetten van dit opmerkelijk werk te horen. Klik dan op de link hieronder, lees doorheen “De zaak Rembrandt en Saul” en bekijk de korte filmfragmenten in elk college: https://www.mauritshuis.nl/nl-nl/ontdek/tentoonstellingen/rembrandt-de-zaak-saul-en-david/

 

 

Hier alvast een 'teaser'.

 

___

Laat ons afscheid nemen van David in zijn stad Jerusalem met het beeld van een op de harp geïnspireerde brug: de Calatrava brug of 'Brug van de Snaren'.

Brug van de Snaren Calatrava Jerusalem.j

Deze spoorbrug is de spectaculaire toegangspoort tot de stad en is in 2008 ingehuldigd. De Spaanse architect en ingenieur Santiago Calatrava werd naar eigen zeggen door stadsingenieur Uri Shetrit en ere- burgemeester Ehud Olmert uitgedaagd om in deze stad de mooiste hedendaagse brug te ontwerpen.

De hellende zuil wijst in de richting van de stad en in de kabels ziet men de vorm van de harp van Koning David als symbool van de heilige stad. De brug kreeg al snel de naam ‘Brug van de Snaren’. David blijft aanwezig in “zijn” stad.

 

Jo Haerens