KERSTMIS IN PARIJS

 24 december 2020
Tuileries Garden in the Winter

Kerstmis in klank

Elk land heeft zijn eigen kenmerkende muziek voor Kerstmis, in diverse varianten: van eenvoudige, volkse strofische liederen tot hoogstaande kunstwerken, zoals cantates en oratoria. Uit vier eeuwen kerstmuziek (16de-19de eeuw) uit de Franse hoofdstad koos ik vier representatieve voorbeelden.

1. Jean Mouton (ca. 1459-1522), Noe, noe, noe, psallite (1519)

Jean Mouton, een tijdgenoot van Josquin Desprez, werd na een aantal betrekkingen als musicus in Nesle, Amiens en Grenoble, in 1502 huiscomponist en kapelmeester van Anne de Bretagne, de echtgenote van de Franse koning Louis XII. Na haar overlijden in 1514 bleef hij verbonden aan het koninklijk hof bij Louis XII en zijn opvolger François I.

 

Hij is vooral bekend als de leermeester van de Vlaamse polyfonist Adriaan Willaert, die van 1527 tot aan zijn overlijden in 1562 kapelmeester was van San Marco in Venetië, een van de meest prestigieuze  muzikale functies in West-Europa.

Noe, noe, noe, psallite noe.
Hierusalem, gaude et laetare, quia hodie natus est Salvator mundi.
Noe, noe, noe, jacet in praesepio, fulget in caelo.
Noe, noe, noe, attollite portas, principes, vestras,
et elevamini, portae aeternales, et introibit Rex gloriae.
Noe, noe, noe, quis est iste Rex gloriae?
Dominus virtutum, ipse est Rex gloriae. Noe, noe, noe.

 

Kerst (3x), laat het Kerstlied klinken,

Jeruzalem, wees blij en verheug u, want heden is de Redder der wereld geboren.

Kerst (3x), hij ligt in de kribbe, hij straalt aan de hemel.

Kerst (3x), vorsten, maakt uw poorten hoog,

en verheft u, eeuwige poorten, opdat de Koning der ere zal ingaan.

Kerst (3x), wie is die Koning der ere?

De Heer der krachten, hij is de Koning der ere. Kerst (3x).

Tot Moutons belangrijkste werken behoren ca. 100 Latijnse motetten, waaronder het vierstemmige Noe, noe, noe, psallite, voor Kerstmis. Dit motet illustreert uitstekend een eigentijdse commentaar dat zijn werk uitmunt door “soepel vloeiende melodische lijnen”. De kerstuitroep Noe, afgeleid van het Franse Noël (= Kerstmis) fungeert als een refrein, op een eenvoudige melodie die mogelijk refereert aan een bestaand populair lied. Moutons motet is een geslaagd voorbeeld van ‘geleerde’ polyfonie op basis van imitatie met een volkse inslag.

Uitvoering bovenaan: Marian Consort, met meeschuivende partituur

 

Uitvoering hieronder: Ensemble Clément Janequin en Trio Musica Humana

2. Marc-Antoine Charpentier (1643-1704), Messe de Minuit pour Noël, Kyrie (1694)

Van Marc-Antoine Charpentier zijn ca. 500 religieuze werken bewaard, waaronder het overbekende Te Deum. Hoewel hij nooit officieel verbonden was aan het koninklijk hof stond zijn muziek er wel in hoog aanzien. Hij componeerde geregeld voor de adel, voor kloosters en vooral ook voor instellingen van de Jezuïeten, zoals de kerk Saint-Louis (momenteel Saint-Paul-Saint-Louis, een barokkerk in de wijk Le Marais).

 

Vermoedelijk componeerde hij voor deze kerk in 1694 de Messe de Minuit pour Noël, waarin hij op de misteksten tien kerstliederen verwerkt, een typische Franse traditie. Zoals Bach in zijn cantates op een zeer verfijnde manier koraalmelodieën integreert, zo verwerkt Charpentier in zijn mis de kerstliederen bijzonder kunstvol.

De bezetting is voor solisten, koor, strijkers en twee fluiten. Het Kyrie, een smeekbede en het enige deel van de mis op een Griekse tekst, is van oudsher driedelig:

Kyrie eleison                                       Heer, ontferm u.

Christe eleison                                    Christus, ontferm u.

Kyrie eleison                                       Heer, ontferm u.

 

Charpentier baseert zich in dit eerste deel van de mis op drie Franse kerstliederen: Joseph est bien marié (Kyrie I, 50’00”), Or nous dites Marie (Christe, 52’01”) en Une jeune pucelle  (Kyrie II, 52’53”-56’50”). De timing is die van een Kerstconcert in Parijs in 2019.

 

De twee Kyrie-delen hebben dezelfde opbouw: het kerstlied eerst instrumentaal, gevolgd door het  koor met de instrumenten en tot slot als solo voor orgel. Het Christe is voor de beperkte bezetting van drie vocale solisten met basso continuo. Charpentier sluit zich hier aan bij een traditie die al vanaf de vijftiende eeuw gold, namelijk dat het Christe solistisch en intiemer is opgevat. De intimiteit blijkt ook uit de keuze van het kerstlied Or nous dites Marie, een veeleer lyrisch en innig-melancholisch gezang dat contrasteert met de meer luchtig-dansante liederen in de beide Kyries.

Van de elf kerstliederen die Charpentier opneemt in zijn mis zijn er acht die ook bekend zijn uit een zuiver instrumentale bewerking van zijn hand, Noël pour les instruments voor strijkers, twee fluiten en basso continuo. Het Parijse kerst-concert begint met een uitvoering van dit werk. De drie liederen uit het Kyrie zijn te beluisteren op de volgende timing:

  • Joseph es bien marié (13’16”)

  • Or nous dites Marie (15’06”-20’22”, een prachtige bewerking, het hoogtepunt uit de reeks)

  • Une jeune pucelle (21’39”-22’46”).

Uitvoering: Kerstconcert door de leerlingen van het Département de musique ancienne van het Conservatorium van Parijs en de Maîtrise de Notre-Dame, o.l.v. Christophe Rousset.

Partituur 1: Messe de minuit https://imslp.org/wiki/Messe_de_minuit_pour_No%C3%ABl%2C_H.9_(Charpentier%2C_Marc-Antoine) – partituur Nicolas Sceaux, Kyrie: p. 3-9.

Partituur 2: Noël pour les instruments

https://imslp.org/wiki/No%C3%ABl_sur_les_instruments%2C_H.534_(Charpentier%2C_Marc-Antoine) – partituur Daniel Van Gilst

3. Jean-Claude Daquin (1694-1772),  Noël Suisse uit Nouveau livre de noëls (1757)

De naam van Jean-Claude Daquin is vooral verbonden met een verzameling kerstliederen in een bewerking voor orgel (Nouveau livre de noëls). Met deze uitgave uit 1757 trad hij in de voetsporen van een aantal voorgangers, zoals Nicolas Gigault, Nicoals Lebègue en André Raison. Na hem werd deze traditie van arrangementen van kerstliederen voor orgel nog een hele tijd voortgezet. Nadat Daquin organist was geweest in verschillende kerken in Parijs was hij vanaf 1739 verbonden aan de Chapelle Royale. Vanaf 1755 fungeerde hij als een van de vier organisten van de Notre-Dame.

Zijn Nouveau livre de noëls vormt de neerslag van zijn alom geroemde orgelimprovisaties, waarmee hij al zijn collega’s de loef afstak. Het zijn pretentieloze kleinoden, die wars van gesofisticeerde kunsttoeren aantrekkelijke variaties voorstellen op bekende Franse kerstliederen. Het bekendste van de twaalf bewerkingen is het laatste nummer: Noël suisse.

 

Oorspronkelijk was dit een spotlied op Zwitsers huursoldaten en Duitse cavaleristen die dienden in het Franse leger. Zoals toen gebruikelijk werden op profane liederen geestelijke teksten gezet (Il est un p’tit l’ange).

Uitvoering: Christophe Mantoux aan het orgel van de kathedraal van Albi

Partituur: https://imslp.org/wiki/Livre_de_No%C3%ABls_(Daquin%2C_Louis-Claude) – partituur Pierre Gouin

4. Hector Berlioz (1803-1869), Adieu des bergers à la Sainte Famille, uit L’Enfance du Christ (1850)

Op een van de concerten die Hector Berlioz in 1850 in Parijs organiseerde, progammeerde hij een werkje voor koor en orkest, getiteld Adieu des bergers à la Sainte Famille. Aan de uitvoerders en de pers vertelde hij dat hij het tijdens renovaties van de Sainte Chapelle ontdekt had in een kast en dat de ‘oude notatie’ moeilijk te ontcijferen was. 

 

Het was van de hand van ‘Pietre Ducré, maître de chapelle de la Sainte Chapelle’ en gedateerd 1679. Na de uitvoering werd het geprezen  om “zijn zuivere en eenvoudige stijl”, maar er waren er die twijfelden aan de toeschrijving – en terecht! Twee jaar later onthulde Berlioz zijn bedrog: hij had het zelf geschreven als eerste fragment van een oratorium over de kindsheid van Jezus, dat hij in 1854 voltooide als L’Enfance du Christ.

 

Dit oratorium werd het ‘intieme’ meesterwerk van een componist die nog al te veel, ten onrechte evenwel, wordt vereenzelvigd met extreem heftige emoties, die hij vertaalde in exuberante orkestrale uitbarstingen. Hij was er zelf wel van bewust dat het binnen zijn oeuvre - met indrukwekkende composities als de Symphonie fantastique, Harold en Italie, Roméo et Juliette, La damnation de Faust, (de fenomenale ‘grand opéra’), Les Troyens en de (al even grandioze liedcyclus) Les nuits d’été -  een buitenbeentje was, zoals blijkt uit zijn Mémoires. Hij schrijft daarin over L’Enfance du Christ het volgende:

Sommigen meenden in deze partituur een complete omslag in mijn stijl en componeertrant te zien. Niets is minder waar. Het onderwerp leidde vanzelfsprekend tot muziek die eenvoudig was en juist daardoor des te aansprekender, los van het feit dat de smaak en intelligentie zich hebben ontwikkeld naarmate de tijd verstreek. Twintig jaar geleden zou ik exact dezelfde Enfance du Christ hebben geschreven...

Afscheid van de herders aan de Heilige Familie
(vertaling Jean Binon)

Hij gaat weg, ver van de aarde
Waar hij in de stal geboren werd
Moge hij, omringd door de liefde 
Van zijn vader en moeder, 
Groeien en bloeien
Om op zijn beurt een goede vader zijn.

Indien hij ooit door een afgodendienaar
Geconfronteerd wordt met het ongeluk
En deze ondankbare aarde wil verlaten
Dat hij dan bij ons het geluk mag terugvinden
Moge de armoede van de herder hem altijd
Nauw aan het hart blijven.

Lief kind, dat God je zegene!
Moge God jullie als gelukkig echtpaar zegenen!
Mogen jullie voor altijd gespaard blijven van 
Onrecht en  onrechtvaardigheid
Dat een goede engel jullie mogen waarschuwen 
Voor de gevaren die jullie bedreigen.

Adieu des bergers à la Sainte Famille

 

Il s’en va loin de la terre
Où dans l’étable il vit le jour.
De son père et de sa mère
Qu’il reste le constant amour,
Qu’il grandisse, qu’il prospère
Et qu’il soit bon père à son tour.

Oncques si, chez l’idolâtre,
Il vient à sentir le malheur,
Fuyant la terre marâtre,
Chez nous qu’il revienne au bonheur.
Que la pauvreté du pâtre
Reste toujours chère à son cœur.

Cher enfant, Dieu te bénisse!
Dieu vous bénisse, heureux époux!
Que jamais de l’injustice
Vous ne puissiez sentir les coups.
Qu’un bon ange vous avertisse
Des dangers planant sur vous.

Het Adieu des bergers à la Sainte Famille is het afscheidslied van de herders voor Maria, Josef en het kind Jezus vlak voor hun vlucht naar Egypte. De bezetting is beperkt tot koor, strijkers, twee hobo’s.en twee klarinetten. Het drieledige metrum (3/8) en de houtblazers creëren de pastorale sfeer die eigen is aan het optreden van de herders in de kersttijd. Ook Bach schrijft de 3/8-maat voor in de cantates over de herders in zijn Weihnachtsoratorium.

 

Berlioz’ herderslied is strofisch uitgewerkt: drie strofen op dezelfde muziek, maar met enkele nuances. Elke strofe begint met inleidende oproep van de houtblazers, die daarna pauzeren, behalve in de derde strofe waar ze enkele bescheiden accenten toevoegen. In die laatste strofe, Cher enfant, een smeekgebed ter bescherming van het kind, reduceert Berlioz de dynamiek tot vierdubbel piano (pppp). Het geheel sluit af met de korte inleiding van de blazers. De strijkers hebben heel het stuk door een begeleidende rol: zij spelen gewoon mee met de vier stemmen van het koor.  

Geniet van dit ongewone pareltje: verfijnd, gevoelig, lyrisch, lieflijk.

 

UitvoeringL'enfance du Christ - L'Adieu des bergers à la sainte famille

 

Partituur: https://imslp.org/wiki/L%27enfance_du_Christ%2C_H_130_(Berlioz%2C_Hector) - uitgave Charles Malherbe en Felix Weingartner, p. 87-91.

 

Met dank aan mijn collega Jean Binon, prof.emeritus Franse taal van de KULeuven, voor de vertaling van Berlioz’ Adieu des bergers.

 

Ignace Bossuyt

Kerstmis in beeld

Kerstmis: het thema wordt zo vaak voorgesteld in schilder-kunst. Ook miniaturen of gebeeldhouwde kapitelen vertellen ons het verhaal. “L’embarras du choix” zo zou je kunnen denken. We gaven onszelf een leidraad en volgden aan de hand van Franse werken de chronologie van de muziekfragmenten. Uit elke periode één voorbeeld. Een beeld bij een muziekfragment.

1. Paneel van een koffer (15de eeuw)
Musée de Cluny Coffret CI 11144 Nativité

Jean Mouton brengt ons met zijn muziek naar de tweede helft van de 15de en begin 16de eeuw. In het Parijse Musée de Cluny vinden we deze 15de eeuwse ivoren plaquette met laag-reliëf beeldhouwwerk. Ze maakt deel uit van een reeks van 13 reliëfs waarmee een koffertje werd versierd en waarop diverse taferelen rond de geboorte van Christus worden voorgesteld.

 

Onder een accoladeboog zien we het Kind in de kribbe, de os en de ezel, de liggende Maria en Jozef gehurkt op de voorgrond. De iconografische oorsprong van de os en de ezel gaat terug op het eerste hoofdstuk van de profeet Jesaja:

eens os kent zijn bezitter en een ezel de krib van de meester; maar Israël heeft geen begrip, mijn volk verstaat het niet”.

Op die manier worden verhalen uit het Nieuwe Testament  verbonden met de profetieën uit het Oude Testament.

 

De voorstelling van de liggende Maria is Byzantijns geïnspireerd en wordt vanaf de 6de eeuw in West-Europa gebruikt. Het blijft een ontroerend eenvoudige voorstelling van Maria die achterover leunt en Jozef die peinzend naast het bed hurkt.

Chapiteau Dreux Nativite supermat Wikime
Chapiteau Dreux Nativite detail supermat

Op een kapiteel afkomstig van de collégiale St-Etienne in Dreux en nu bewaard in het Musée d’Art en d’Histoire de Dreux, vinden we een prachtige voorstelling van Jesaja met de schriftrol bij Maria, het Kind, de os en de ezel. 

 

2. Georges de la Tour, L’Adoration des bergers (1645)
Georges de la Tour Adoration bergers, Lo

Marc-Antoine Charpentier (1643-1704), brengt ons met zijn Messe de Minuit pour Noël naar de late 17de eeuw. Het beeld dat mij in de zoektocht naar 17de eeuwse Franse kersttaferelen bijblijft, is zeker De Aanbidding der herders van Georges de la Tour (1593-1652). 

Herders in de stal komen het pasgeboren Kind begroeten. Het thema hoort al van oudsher bij kerstvoorstellingen. Door deze volkse figuren bij het verhaal te betrekken herkenden de gelovigen zichzelf en voelden ze zich betrokken bij het gebeuren. Ook Georges de la Tour sluit met zijn intieme voorstelling hierbij aan. Niet alleen de herders en Jozef  zijn volkse types, ook Maria  wordt voorgesteld als een “gewone” vrouw die weliswaar met de handen gevouwen, haar kind bekijkt.

Georges de la Tour kennen we vooral door zijn clair-obscur werken. Hij wordt hier zeker via de omweg van de Utrechtse Caravaggisten, geïnspireerd door de Italiaan Caravaggio. Net zoals in tal van zijn werken gebruikt de la Tour ook in dit werk het kaarslicht als lichtbron. Centraal belicht zien we Jezus in de kribbe. Jozef houdt de kaars vast en beschermt met zijn linkerhand de vlam. Links houdt Maria de handen gevouwen. Twee herders en één herderin hebben muziekinstrumenten bij zich. Het hele tafereel is een prachtig voorbeeld van de stijl van Georges de la Tour: een evenwichtige compositie en bescheidenheid in de weergave van het thema.

3. Jean-Honoré Fragonard, Aanbidding van de herders (1775)

Drie jaar na het overlijden van de componist Jean-Claude Daquin van wie we muziek in het derde fragment hoorden, schildert Jean-Honoré Fragonard (1732-1806) deze Aanbidding der herders.

Fragonard Adoration Louvre CCO Wiki.jpg

Een groter contrast met het vorig werk is wellicht moeilijk denkbaar. De Franse rococoschilder geeft aan het bezoek van de herders een zwierig en tegelijk soms dromerig karakter. Jezus ligt fel belicht, op een wit dekentje in de armen van Maria. Naast hem lijken twee engeltjes op een wolkje te zweven. Ook het rode gewaad van Maria en haar blauwe afvallende sjaal hebben diezelfde zwierigheid, zo eigen aan Fragonards rococowerken. In de losse verftoets van de achtergrond zien we nog net de kop van de os. In de hemel zweven nog meer engeltjes en, haast verdwijnend met de achtergrond,  zien we God de Vader die op het tafereel toekijkt.  De schildering van de herders beantwoordt dan weer meer aan de volkse aard.

Fragonard schildert dit werk in opdracht van de Markies Veri met de expliciete vraag een lichteffect in de stijl van Rembrandt te gebruiken. Fragonard beantwoordt deze opdracht maar behoudt in dit religieuze thema zijn sensuele, galante stijl die we kennen van zijn andere werken met wereldse onderwerpen.

4. Jean François Millet, De vlucht naar Egypte (ca. 1864)
Millet Vlucht Egypte Regenstein Collecti

We hoorden het in het prachtige lied van Hector Berlioz: de herders nemen afscheid van Maria, Jozef en het kind Jezus vlak voor hun vlucht naar Egypte, één van de Zeven Smarten van Maria (zie het muziekverhaal in deze reeks over Pipelare en Isenbrant). Jean-François Millet slaagt er in deze tekening op onnavolgbare wijze in om de eenzame tocht vast te leggen.

 

Millet (1814-1875) wordt geboren in een Franse boerenfamilie. Hij is gefascineerd door de natuur en door het grote geloof dat hij bij zijn ouders ziet, zijn ook de Bijbelse verhalen voor hem een inspiratiebron. Zijn kennismaking met het realisme en de natuurschilderingen van de groep schilders uit de School van Barbizon geven Millet het kader waarin hij zijn figuren van vaak boeren en arbeiders een plaats geeft.

In dat opzicht is de tekening die we hier voorstellen een sprekend voorbeeld. Enkel de licht-halo rond het Kind op Maria’s schoot herinnert ons aan het religieus thema dat in de titel wordt weergegeven. Maria en Jozef zijn twee vluchtende “gewone” mensen in een landelijk kader. Met conté krijt, inkt en pastel slaagt Millet erin een indringend beeld op te roepen.

Millet Vlucht Egypte Musee Dijon.jpg

In een tweede tekening met hetzelfde thema draagt Jozef het pasgeboren Kind. Millet hanteert hetzelfde principe van de halo als enig lichtpunt in de duistere nacht. 

__

Muziek, beeld en om af te sluiten een poëtische gedachte van Herman de Coninck: dit zijn onze wensen voor een vredevolle kersttijd.

Winter

Winter. Je ziet weer de bomen
door het bos, en dit licht
is geen licht maar inzicht:
er is niets nieuws
zonder de zon.

En toch is ook de nacht niet
uitzichtloos, zo lang er sneeuw ligt
is het nooit volledig duister, nee,
er is de klaarte van een soort geloof
dat het nooit helemaal donker wordt.
Zo lang er sneeuw is, is er hoop.

Herman de Coninck (1944-1997)

uit: Zolang er sneeuw ligt (Brugge, 1981)

Jo Haerens