DMITRI SHOSTAKOVICH, PAUL KLEE EN DE FUGA

 
 5 november 2020

1950: de Bachwedstrijd voor piano in Leipzig, Tatyana Nikolayeva en Dmitri Shostakovich

 

  • 1685. Honderd jaar na Schütz werd Johann Sebastian Bach geboren.

  • 1750. Honderd jaar na de Symphoniae Sacrae van Schütz overleed Bach.

 

Schütz luidt in Duitsland de periode van de barok in, Bach brengt die tot voltooiing. Geboorte- en sterfdatum van deze beide boegbeelden (Schütz overleed in 1672 op de leeftijd van 87 jaar) zijn uiteraard dankbare aanknopingspunten voor festiviteiten, uitgaven, opnames en concertreeksen. Het jaar 1850 betekende het begin van de eerste uitgave van de volledige werken van Bach.

 

Vanaf 1950 volgde de tweede, op basis van nieuwe inzichten, meer wetenschappelijk gefundeerde uitgave. Tot de meest beklijvende gebeurtenissen in dat jaar behoorde de eerste Internationale Wedstrijd Johann Sebastian Bach voor diverse soloinstrumenten, waaronder piano, orgel en klavecimbel, in Leipzig, de stad waar Bach tussen 1723 en 1750 Thomascantor was. De 26-jarige Russische pianiste Tatyana Nikolayeva won de eerste prijs voor piano. Op haar repertoire stonden de preludes en fuga’s uit Bachs Wohltemperiertes Klavier, die zij alle uit het hoofd kon spelen. Dit maakte zo’n indruk op de componist Dmitri Shostakovich (1906-1975), die toen jurylid was, dat hij het plan opvatte om voor haar een gelijkaardige cyclus van 24 preludes en 24 fuga’s te schrijven.

 

De 24 preludes en fuga’s, opus 87

Tussen oktober 1950 en maart 1951 klaarde hij deze fenomenale klus. Tijdens het compositieproces – gemiddeld één stuk om de drie dagen – stond hij voortdurend in contact met de pianiste, die elk voltooid werk onmiddellijk doorspeelde. In december 1952 voerde Nikolayeva de hele cyclus in première uit in Leningrad.

 

Na haar uitvoering werd Shostakovich’ compositie, die door de Russische autoriteiten aanvankelijk als “verspilde arbeid” werd gebrandmerkt, uiteindelijk erkend als een kunstwerk dat kon ingezet worden als een belangrijk strijdmiddel in de campagne voor de artistieke en culturele superioriteit van de Sovjet-Unie. Los van de politieke context (waar ik hier niet verder op inga) is dit aan Nikolayeva opgedragen opus 87 van Shostakovich een onbetwist meesterwerk. Het getal 24 slaat op alle mogelijke tonaliteiten (do groot, do klein, re groot, re klein…), die alle, zoals bij Bach, vertegenwoordigd zijn.

Prelude en fuga verhouden zich als vrijheid tegenover gebondenheid, extreem uitgedrukt: improvisatie tegenover strenge regels.

Dit is de theorie. In de praktijk zijn sommige preludes uitermate verfijnde constructies en doen sommige fuga’s spontaan en speels aan. Bovendien exploreert Shostakovich – zoals Bach – een brede waaier aan expressieve nuances, waardoor elk werk een eigen karakter heeft en steeds wisselende emoties en stemmingen oproept, nu eens poëtisch, melancholisch en lyrisch, dan weer dramatisch en ritmisch fel, nu eens luchtig en dansant, dan weer introvert en diep ernstig.

De fuga: een muzikale ‘vlucht’

Van ‘droge materie’ is dus geen sprake, al wordt de fuga nog vaak -ten onrechte- geassocieerd met ‘streng’ en ‘intellectualistisch’. Het is wel zo dat de fuga bepaalde, zij het flexibele regels volgt, zoals trouwens elke vorm of elk genre in een bepaalde periode – wat evenzeer geldt in de poëzie (denk aan het sonnet) of de plastische kunsten (zoals het portret).

 

De essentie van de fuga is, zoals het Latijnse woord zegt, de ‘vlucht’, of eigenlijk, ‘de achtervolging’, waarbij de ene partij het spoor van de andere volgt met dezelfde melodie. De meest courante fuga is gebaseerd op één vaste melodie, het zogenaamde thema (‘het muzikaal onderwerp’). Er begint één stem met dit thema, dat wordt overgenomen door een tweede stem (de ‘imitatie’). Intussen gaat de eerste verder met iets nieuws, dat doorgaans contrasteert (zodat het thema goed hoorbaar blijft). Dan komt een derde stem, terwijl de twee andere hun eigen tocht voortzetten, dan een vierde stem...

 

Veel fuga’s zijn vierstemmig, andere drie, vijf- en zelfs zesstemmig. Vaak wisselen fragmenten waarin het thema duidelijk aanwezig is af met iets vrijere ‘tussenspelen’, waarin het thema even opzij wordt geschoven en de stemmen ander materiaal presenteren (dat wel kan afgeleid zijn van het thema, maar dat hoeft niet). De aanpak kan zeer variabel zijn, afhankelijk van de aard van het thema (traag of snel, complex of eenvoudig, zangerig of ritmisch, vloeiend of springerig…), allemaal elementen die het specifieke karakter van een fuga bepalen.

 

Bachs twee bundels Wohltemperiertes Klavier (vaak aangegeven als de ‘48’) vormen zonder twijfel het absoluut hoogtepunt van de fuga. Elke fuga heeft zijn eigen individualiteit. Dit is ook het geval bij Shostakovich, die in een gematigd moderne stijl, die iedereen kan aanspreken, 24 heerlijke parels heeft geproduceerd.

Fuga nr. 7

Ik kies voor de Fuga nr. 7. Vergeet alle regels, luister en laat u meeslepen door dit heerlijk stuk muziek. Het heeft één zeer merkwaardige bijzonderheid: er komen geen dissonanten in voor! Dit is heel speciaal, want dissonanten – samenklanken die ‘wrijven’, die minder welluidend zijn en die daarna oplossen in ‘aangenaam’ klinkende consonanten – zorgen voor spanning in een stuk en voor climaxen. Het merkwaardige is dat deze fuga, zogezegd zonder spanning, bijzonder aanstekelijk klinkt, een stevige ‘drive’ heeft en geen moment verveelt. Shostakovich baseert zich bovendien op een relatief eenvoudig thema (gekenmerkt door een stijgend arpeggio), dat zich dadelijk in het geheugen vastzet en dat je onweerstaanbaar in de ban houdt.

 

Heel kort over de prelude: die klinkt een beetje als een fuga, want het thema verhuist constant van de ene hand naar de andere, maar het interessante is hier dat het steeds op dezelfde manier begint, maar dan verder iedere keer gevarieerd wordt.

 

 

Ignace Bossuyt

Uitvoering: Konstantin Scherbakov – de partituur loopt mee met de uitvoering.

Er is een uitstekende  live-uitvoering van de volledige cyclus op youtube door Tatyana Nikolayeva, opgenomen in december 1992, precies veertig jaar nadat zij de première speelde in december 1952: Prelude nr. 7 op 32’44” – Fuga nr. 7 op 34’05”.

Zie ook de interessante website gewijd aan Nikolayeva: https://www.tatiana-nikolayeva.info/index.html

Paul Klee: Fuga in rood (1921)

Paul_Klee_Fuge_in_Rot Wikimedia.jpg

Paul Klee, Fuga in Rood, 24,4 x 31,5 cm, Zentrum Plau Klee, CC0 via Wikimedia Commons

 

Vormen die elkaar lijken te achtervolgen. Partijen die in een kleurenpalet van rood en roze groter en dan weer kleiner worden, elkaar gedeeltelijk overlappen, in de donkere achtergrond verdwijnen en iets verder weer opduiken. Dit is de fuga zoals Paul Klee de muziekvorm visueel maakt.

Klee (1879-1940) groeit op in een muzikaal gezin en twijfelt lang tussen schilderkunst en muziek. Hij huwt een pianiste en zijn bewondering voor Bach en Mozart steekt hij niet onder stoelen of banken. Vooral het formele meesterschap van Bach kan hem inspireren. Klee kiest voor schilderkunst en blijft een getalenteerd musicus in zijn vrije tijd. Niet te verwonderen dus dat de schilder vaak muzikale titels aan zijn werken geeft. De Fuga in rood is er één van.

Als jonge schilder wordt hij door Kandinsky uitgenodigd zich aan te sluiten bij Der Blaue Reiter en ook hier is de band met de muziek niet ver te zoeken. Kandinsky en de componist Arnold Schönberg inspireren elkaar en houden er een intense briefwisseling op na. Klee vindt hier een klankbord voor zijn zoektocht die hem zal leiden naar zijn bekende uitroep: 

De kleur en ik zijn één. Ik ben een schilder.

En toch blijven de twee werelden elkaar volgen en zoeken. Is dit werk voor Klee een poging tot een synthese tussen muziek en beeldende kunst: de twee polen waartussen zijn leven zich afspeelt?

Klee ziet muziek en schilderkunst samenkomen in ordening, in compositie, in een ritmische herhaling van kleine eenheden. En laat dat nu precies zijn wat de fuga van Shostakovich ons laat horen.

Jo Haerens

Straatpoezie.nl Naarden Fuga Bach.jpg

Bach en fuga in poëzie

Johann Sebastian Bach
Die kunst der Fuge

Willem van Toorn - uit Gedichten 1960-1997, Amsterdam 2001
 

 

Niet afgekomen, uw laatste fuga. Net 
nog wel uw eigen naam hier neergeschreven

als vierde thema:                   , bach.
Alsof u zeggen wou: maak zelf maar af
als je tot hieraan toe bent bijgebleven.

 

Dus horen wij een stilte waar uw naam
het begin van is en waarin uw idee
zijn vormen voorstelt aan onze aandacht.

 

Eronder in uw zoons onvast handschrift:
‘Precies op dit punt stierf de componist.’

Locatie: Gansoordstraat 1, Naarden, Nederland

______

De stilte van de wereld voor Bach

Lars GUSTAFSSON

p. 224 uit de dichtbundel De stilte van de wereld voor Bach.

Vertaald uit het Zweeds door J. Bernief,

De Bezige Bij, Amsterdam, 1988

Er moet een wereld bestaan hebben voor

de Triosonate in D, een wereld voor de partita in A mineur,

maar hoe zag die wereld eruit?

Een Europa van grote lege vertrekken zonder weerklank,

overal onwetende instrumenten

waar 'Musikalisches Opfer' en 'Das Wohltemperierte Klavier'

nooit over een claviatuur waren gegaan.

Eenzaam gelegen kerken

waar de sopraanstem uit de Johannes Passion

zich nimmer in hulpeloze liefde slingerde

rond de mildere windingen van de fluit,

weidse zachtmoedige landschappen

waar alleen oude houthakkers met hun bijlen te horen zijn

het gezonde geluid van sterke honden in de winter

en - als een slingerklok - schaatsen klauwend in glansijs;

zwaluwen zwermend in zomerlucht

schelp waar het kind aan luistert

en nergens Bach, nergens Bach

schaatsstilte van de wereld voor Bach.

Avercamp_Bach laatste noten.jpg
Stilte wereld voor Bach.jpg