Nieuwjaar - Das alte Jahr vergangen ist

 31 december 2020
Image by Fabrizio Verrecchia

J. S. Bach, Das alte Jahr vergangen ist,

van 15’00’ tot 15’50”

Das alte Jahr vergangen ist: Johann Sebastian Bach en Fanny Mendelssohn

‘Het oude jaar is verlopen…’ Tijd om te reflecteren en indrukken te noteren over… Tijd. Muzikale indrukken zijn te vinden bij Johann Sebastian Bach in zijn orgelbewerking van het koraal Das alte Jahr vergangen ist, een diepmenselijke meditatie, waarin verdriet de bovenhand krijgt boven dank en vertrouwen.

 

Meer dan een eeuw later inspireerde Bachs koraal  Fanny Mendelssohn voor een diepzinnig pianowerk: het ‘postludium’ (Nachspiel) van de cyclus  Das Jahr, twaalf muzikale ‘portretten’ van de twaalf maanden van het jaar. In een Nachspiel tot besluit citeert zij het koraal Das alte Jahr vergangen ist.

 

Johann Sebastian Bach (1685-1750): Das alte Jahr vergangen ist

In de protestantse kerk neemt het koraal een cruciale plaats in. De koraalmelodieën gaan terug op de hervormer Maarten Luther (1483-1546) zelf, die met liederen in de volkstaal de gelovigen rechtstreeks bij het liturgisch gebeuren wilde betrekken. Daartoe ontwierp hij een aantal teksten en melodieën die geschikt waren om door het gelovige volk zelf te zingen: de liederen waren strofisch (de melodie van de eerste strofe gold voor alle volgende) en gemakkelijk aan te leren: een vloeiende melodische lijn zonder ongewone sprongen en overwegend syllabisch (één toon per lettergreep).

 

Luther, die muzikaal goed onderlegd was, stimuleerde al snel componisten om koraalmelodieën ook meerstemmig te bewerken, hetzij in een akkoordische schrijfwijze, waarbij alle stemmen samen hetzelfde ritme volgen (de zogenaamde Cantionalstil, voor minder geschoolde zangers), hetzij in complexere polyfonie (voor meer professionele uitvoerders).

 

Beide types komen voor in het werk van Bach: de meeste van zijn kerkcantates eindigen met een koraal in Cantionalstil, als symbool van de gelovige gemeenschap die zich aansluit bij de religieuze boodschap. Veel cantates beginnen echter met een uitgebreid koorgedeelte met orkest, waarin een koraalmelodie op kunstige wijze wordt verwerkt. In de liturgische diensten begeleidde de organist de gemeenschapszang van de koralen. Bovendien behoorde het tot zijn taak om te preludieren, namelijk voorafgaandelijk aan de zang de melodie van het koraal voor te spelen. Daaruit ontstond het genre van de koraalprelude voor orgel, die diverse vormen kon aannemen: hetzij eenvoudig als vierstemmig Cantional met de melodie in de bovenstem, hetzij meer kunstvaardig.

Het koraal Das alte Jahr vergangen ist komt bij Bach driemaal voor: tweemaal vocaal in vierstemmige Cantionalstil (BWV 288 en 289) en eenmaal voor orgel (BWV 614). De orgelversie behoort tot de koraalbewerkingen van het Orgelbüchlein, een autograaf manuscript waarin Bach 46 koralen samenbracht in een versie voor orgel met pedaal. Hij had wel de intentie om 164 koralen op te nemen, waarvan hij de eerste woorden al bovenaan de pagina’s had aangebracht. Hij volgde hierbij de toepasselijke koralen voor de feesten van het kerkelijk jaar, met toevoeging van een aantal andere. Het plan bleef echter onvoltooid.

Bach plaatst de koraalmelodie meestal ongewijzigd in de bovenstem en voegt een aantal partijen toe die vaak ontworpen zijn in functie van de interpretatie van de tekst. Zijn bewerking van Das alte Jahr vergangen ist is een diepzinnige reflectie over het verglijden van de tijd, de vergankelijkheid van het menselijke bestaan en meteen ook een intense smeekbede om hulp voor de zwakke mens. Vanaf de eerste maat is de chromatiek alomtegenwoordig, het muzikale middel bij uitstek om verdriet, lijden en smeking weer te geven. De baslijn in het pedaal is over de hele lijn chromatisch gekleurd. Bovendien grijpt  Bach ook in de melodie zelf in, met chromatiek en met verregaande versieringen. Tussen de bas en de bovenstem in componeerde hij  twee al even intense binnenpartijen, waarin alweer vanaf de inzet de chromatiek domineert. Het resultaat is één van Bachs meest diepzinnige koraalbewerkingen,  waarin de spanning pas in de slotmaat oplost in een bevrijdend consonant akkoord.   

 

Fanny Mendelssohn (1805-1847)

Tot voor kort was Fanny Mendelssohn als componiste een illustere onbekende. Dit was grotendeels te wijten aan de (terechte) beroemdheid van haar broer Felix. Ook het feit dat toen van de vrouw in de eerste plaats werd verwacht dat zij zich beperkte tot haar taak als echtgenote en moeder heeft hierbij lange tijd een belangrijke rol gespeeld. In 1820 schreef haar vader Abraham Mendelssohn in een brief aan zijn vijftienjarige dochter:

Wellicht zal Felix van de muziek zijn beroep kunnen maken, maar voor jou zal het altijd een versiersel blijven en nooit de essentie zijn van je bestaan en je handelen.

 

En in 1828, toen Fanny drieëntwintig was, gaf hij haar nog deze vaderlijke raad:

Je zou je moeten beheersen en jezelf onder controle houden, je met meer ernst en ijver toeleggen op je ware opdracht, namelijk huisvrouw zijn, het enige juiste beroep voor een meisje.

 

Fanny’s muzikale activiteiten – pianospel en compositie – speelden zich dan ook hoofdzakelijk ‘binnenshuis’ af, waar zij de centrale figuur was bij de organisatie van de hoogstaande wekelijkse Sonntagmorgen-concerten in het ouderlijk huis in Berlijn. Zij trad slechts eenmaal in het openbaar op: in 1838 als soliste in het Eerste pianoconcerto op. 25 van Felix.

 

In alle intimiteit bleef zij echter ook componeren. Op haar naam zijn meer dan 450 werken bewaard, voornamelijk liederen, piano- en kamermuziek. Weinige composities zagen toen het daglicht in uitgaven: haar opus 1 verscheen pas in 1846, een jaar voor haar overlijden – en buiten weten van Felix. Enkele cycli pianomuziek en liederen verschenen postuum.

De Italiëreis (1839-1840)

Terwijl haar broer geregeld in het buitenland verbleef, onder meer in Engeland en Italië, was er voor Fanny geen sprake van reizen, hoezeer zij daar ook naar snakte. Haar droom werd pas verwezenlijkt na haar huwelijk met de schilder Wilhelm Hensel in 1829 en het overlijden van haar vader in 1835.

 

Een hoogtepunt in haar leven was dan ook de reis van meer dan een jaar doorheen Italië in 1839-40 met haar man en hun enige kind, een zoon. In augustus 1839 verlieten ze Berlijn. De eerste indrukken, van het Comomeer, de besneeuwde Alpen en een botanisch paradijs van aloës en vijgen, waren overweldigend. In oktober arriveerden zij in Venetië, waar ze, op advies van Felix, het monumentale paneel Maria’s Hemelvaart (690 x 360 cm) van Titiaan bewonderden in de Basilica di Santa Maria dei Frari. Vanaf eind november verbleven zij zes maanden in Rome. In de Sixtijnse kapel was Fanny verplicht samen met de andere aanwezige vrouwen achter een traliewerk plaats te nemen. Aangezien zij bovendien leed aan astigmatisme zag zij weinig van wat zich tijdens de liturgische dienst afspeelde. Dit euvel werd echter gecompenseerd door haar absolute gehoor, zodat zij opmerkte dat de negentien zangers van het pauselijk koor bij de uitvoering van het beroemde Miserere van Gregorio Allegri bij elk vers op een lagere toon inzetten, zodat de zangers zes tonen lager eindigden dan bij de begin! De glansperiode van het Sixtijnse vocale ensemble was overduidelijk voorbij…

 

In de Villa Medici hadden ze een ontmoeting met de schilder Jean-Auguste-Dominique Ingres, tevens een amateur-violist. De 21-jarige Franse componist Charles Gounod, die toen in Rome verbleef als winnaar van de prestigieuze compositiewedstrijd Prix de Rome, was overdonderd door Fanny’s muzikale talenten.

 

In juni 1840 bezochten ze Napels, waar ze kennismaakten met de beroemde zangeres Pauline Viardot. Op het programma stond tevens een bezoek aan de Vesuvius. Via Genua en Milaan keerden zij huiswaarts, doodrongen van overweldigende impressies.

De talrijke uiteenlopende indrukken tijdens dit verblijf in Italië – de natuur, de kunst, de boeiende persoonlijkheden: schilders, componisten, uitvoerders… - distilleerde Fanny in 1841 in enkele beklijvende composities: Das Jahr, een cyclus van twaalf prachtige ‘muzikale portretten’ voor piano, geïnspireerd door de twaalf maanden, en een Reisealbum, met achttien liederen en pianowerken.

Das Jahr (1841)

Zoals het Reisealbum is de cyclus Das Jahr geïllustreerd door haar echtgenoot. Elk van de twaalf composities in het manuscript is gekopieerd op papier van een verschillende kleur, telkens met een kort epigram vooraf en versierd met een vignet getekend door Wilhelm. Dankzij buitenmuzikale referenties overstijgt de cyclus het strikt private karakter: in Das Jahr integreert Fanny motieven als het verglijden van de tijd, de wisseling van de seizoenen en enkele godsdienstige rituelen uit het kerkelijk jaar. De muziek is doordrongen van een zachte melancholie om vergankelijkheid en verlies. De muziek sluit vaak aan bij de tekst van het epigram of bij het vignet.

Mendelsohn Das Jahr Januar txt.jpg

De muzikale herhalingspatronen van klokken, die in Hensels vignetten van de eerste drie maanden het markeren van de tijd symboliseren, roept Fanny op door herhalingen van octaven of door reeksen achtste noten.

 

In de maand juni bootst zij het snarengetokkel na van het luitspel van de jongeman die in Wilhelms vignet een serenade brengt aan zijn geliefde.

De veranderingen van het weer doorheen de seizoenen inspireren haar tot de imitatie van waterstromen in september en sneeuwvlagen in december.

 

De citaten van enkele protestantse koralen refereren aan kerkelijke feesten: Christ is erstanden aan Pasen (in de maand maart), Vom Himmel hoch aan Kerstmis (in december).

 

Na de maand december volgt als dertiende deel nog een Nachspiel, waarin Fanny Mendelssohn het koraal Das alte Jahr vergangen ist citeert.

 

Nachspiel. Das alte Jahr vergangen ist

Het postludium Nachspiel is gedateerd op 15 december 1841. Het koraal Das alte Jahr vergangen ist was haar bekend uit het werk van Bach, de componist die in de kring van de Mendelssohns hartstochtelijk werd gekoesterd. Legendarisch was onder meer de uitvoering van de Matthäuspassion in 1829, onder leiding van de twintigjarige Felix.

 

In Fanny Mendelssohns Nachspiel wisselen de eenvoudig geharmoniseerde koraalzinnen in pianodynamiek af met vrij gecomponeerde fortepassages, die niet alleen fungeren als een structurerend refrein tussen de koraalzinnen, maar ook de inhoud van het koraal muzikaal interpreteren. In de eerste maten begint het refrein met een chromatisch dalende baslijn, een procedé dat al onmiddellijk refereert aan een negatief gevoel: de tekst van het koraal is immers niet zozeer vervuld van vreugde en jubel, maar veeleer van smeking om hulp en troost voor het komende jaar. Het forte-refrein heeft een ondertoon van onzekerheid en verdriet, het eenvoudige piano-koraal klinkt als troostend intermezzo. In de slotmaten drijft Fanny de dynamiek van het refrein op tot fortissimo. Het Nachspiel is een intens emotionele afsluiting van de cyclus Das Jahr.

 

Ignace Bossuyt

 

Uitvoering Fanny Mendelssohn, Das Jahr. - Jelena Dimitrijevic op een pianoforte uit 1842.

Nachspiel: van 36’51”tot 39’12”.

Partituur Fanny Mendelssohn: https://imslp.org/wiki/Das_Jahr%2C_H.385_(Hensel%2C_Fanny) – Complete score, Liana Serbescu, nr. 13

Mendelsohn Das Jahr txt.jpg

Klik op het beeld voor een vergroting

Uitvoering Bach 1, 186 Chorales [2/8]: BWV 276-298 met Das alte Jahr vergangen ist (BWV 288, vierstemmige zetting in Cantionalstil) van 15’00’ tot 15’50”, met partituur.

Uitvoering Bach 2, Das alte Jahr vergangen ist, uit het Orgelbüchlein (BWV 614) - Bart Jacobs op het beroemde historische Müller-orgel uit 1738 van de Sint-Bavokerk in Haarlem.

Partituur Bach:

https://imslp.org/wiki/Das_Orgel-B%C3%BCchlein,_BWV_599-644_(Bach,_Johann_Sebastian) – Complete Score, Pierre Gouin, BWV 614

We verwijzen hier ook graag naar een ander muziekverhaal over Fanny Mendelsohn:  Il saltarello romano. Tarantella - Fanny Mendelssohn (1805-1847), gepubliceerd op de website van het Concertgebouw Brugge.

Fanny Mendelsohn, Das Jahr. Nachspiel: van 36’51”tot 39’12”

Tijd en beeldende kunst

Das alte Jahr Vergangen ist…het brengt voor Bach en later voor Fanny Mendelssohn iets melancholisch met zich mee. Maar steeds weer is er toch ook de wetenschap dat er een nieuw jaar staat te wachten.

Janus Vatican Wikimedia Commons.png.jpg

Al van oudsher staat de Oud-Romeinse god Janus voor de god van onder meer verleden en toekomst, de god van doorgangen, poorten en in- en uitgangen, ook in de tijd. In Janus zag men de god van alle begin, en van de overgang van oud naar nieuw.

 

Janus wordt meestal afgebeeld met twee gezichten: één dat naar voren kijkt (naar de toekomst) en één dat naar achteren kijkt (naar het verleden).  Hij gaf ook zijn naam aan de eerste maand na de winterse zonnewende op 21 december, januari. Dat zou de eerste maand van het nieuwe jaar worden.  

Tempo Fugit Dyson Leeds Tim Green.jpg

Het jaar is voorbij en de tijd stond niet stil. Telkens weer slaat de klok het volgend uur. Zoals we hoorden, wist Fanny Mendelssohn dit ook in Das Jahr weer te geven. Waar is de tijd naartoe? “Tempus fugit”, zoals te zien op de iconische klok in Leeds. In 1865 vestigde John Dyson zich hier als uurwerkmaker en juwelier.

 

Maar wat is nu precies tijd?  

Aristoteles (4de eeuw voor Christus) formuleerde het zo:

Tijd is de maatstaf voor verandering.

 

Of misschien vind je wel raakpunten in de gedachte van Augustinus (354-430): 

Als niemand me er naar vraagt, weet ik het, als ik het echter aan iemand die het me vraagt, wil uitleggen, dan weet ik het niet.

De filosofe Joke Hermsen schrijft in haar boek Stil de tijd. Pleidooi voor een langzame toekomst (2009):

Tijd speelt een hoofdrol in ons leven, maar tegelijkertijd ontsnapt de tijd ons ook steeds, glijdt hij als het ware tussen onze vingers door, zodra we de essentie ervan willen benoemen.

Exacte tijd

Kunstenaars proberen op diverse manieren het fenomeen tijd in beeld te brengen. Ongetwijfeld is tijd voor de uurwerkmaker op het portret van Frans Hals (1582-1666) zijn broodwinning. Immers het meten van de “exacte” tijd wordt in de 17de eeuw economisch van groot belang.

 

Op dit schilderij uit 1643 zien we een statig portret van – naar men veronderstelt– Mathijs Jansz Boeckels, een uurwerkmaker uit Haarlem. Hij draagt een breedgerande hoed en houdt fier een zakhorloge in zijn hand terwijl hij ons indringend aankijkt. De familie Boeckels was een vooraanstaande uurwerkmakers-familie in Haarlem en behoorde tot de Doopsgezinde Mennonieten.

 

Zoals in veel van zijn portretten toont Frans Hals ons ook hier zijn talent om zelfs in een zwarte kleur ontelbare variaties aan te brengen. Mathijs Jansz Boekels draagt boven zijn zwart hemd een cape die mooi over zijn rechterarm is gedrapeerd. De witte kraag met opnieuw tal van tussentinten vormt een contrast met het zwart en zorgt ervoor dat de baard en het gelaat oplichten en op die manier aan het portret een levendige uitstraling geven.

 

“Exacte tijd” wordt in de loop der geschiedenis steeds belangrijker. Hoe vaak kijken we bewust of onbewust op de klok? Zeker als je trein, tram, bus of vliegtuig moet halen. Niet te verwonderen dus dat designer Maarten Baas  in 2016 een versie van zijn befaamde klok in Schiphol installeerde. Je kan het werk bewonderen in lounge 2, maar nu vliegen niet direct aan de orde is kan je het filmpje hieronder bekijken:

Het werk werd in 2009 gecreëerd voor de design Week te Milaan en het kent sindsdien een grote bekendheid. De video maken duurde exact 12 uur en je bekijkt in 12 uur de volledige film. Op deze manier wordt tijd wel heel voelbaar. Maarten Baas (1978) is afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven en zijn werk situeert zich op de grens van design en kunst.

 

Dagboeken

Dagboeken zijn wellicht mooie getuigen van tijdreflecties. In het Lisser Art Museum (Keukenhof) vind je een wel heel bijzonder “dagboek”. Itamar Gilboa, geboren in 1973 in

Tel Aviv, woont en werkt in Amsterdam. Met zijn food chain project maakte Gilboa wat hij noemt een pop-up supermarkt die bestaat uit zijn voedingsaankopen over 365 dagen. Gilboa hield gedurende een jaar een dagboek bij van zijn consumptie.

LAM Gilboa food chain project.jpg

Al die producten werden in wit porselein (7000 stukken) gemaakt en samen gezet. Dit zorgt voor een indrukwekkende installatie. Maar er is meer: ieder stuk kan tijdens bepaalde tentoonstellingen ook afzonderlijk verkocht worden. Een deel van de inkomsten gaat terug naar de financiering van NGO’s die zich met voedselbedeling bezighouden. Ook op die manier wordt een voedselketen op het getouw gezet: wat Gilboa verbruikte, wordt kunst die, eenmaal verkocht, opnieuw bij voedsel terecht komt.

In het museum is zijn overweldigend werk in zijn totaliteit te zien en wordt het wel eens de Nachtwacht van het museum genoemd. Een publieksfavoriet is dit tastbaar dagboek zeker.

 

Tussentijd

Maar tijd is toch ook meer dan de optelsom van dagen, meer ook dan klokken met uren, minuten en seconden die ons door de vingers lijken te glippen. De Amerikaanse schrijver William Faulkner (1897-1962) zei ooit:

De ware tijd komt pas tot leven wanneer de klokken zwijgen.

 

Tijd dus om de klok even weg te leggen en onszelf voor 2021 momenten toe te wensen waarin we “tussentijd” ervaren. Ik citeer uit de bezoekersgids van de expo De Tussentijd (2019),  Museum Voorlinden:

Tegenover de lineaire kloktijd staat de niet meetbare innerlijke tijd; hier doen de momenten zich voor dat je niet meer weet hoe laat het is, dat je kunt dagdromen, dat je openstaat voor het onverwachte; alleen in deze “staat van zijn” is ruimte voor creativiteit; Het “nieuwe” ontstaat in de tussentijd.

 

Daarom past in deze deze nieuwjaarsbijdrage het beeld van Kairos uit het Palazzo Sacchetti te Rome gemaakt door de Florentijnse schilder Francesco de Rossi (1510-1563), ook bekend onder de naam Francesco Salviato.

Kairos is de jongste zoon van Zeus en de kleinzoon van Chronos.  Hij is de god van het juiste moment en zorgt voor een andere tijdservaring. De kunst is om dit moment bij de haarlok van de gevleugelde godheid te grijpen. Chronos die meedogenloos de tijd laat verderlopen en Kairos die ons  bij tijd en wijle een halt toeroept: twee facetten van tijd waartussen we evenwicht moeten bewaren, minutieus afgewogen door de weegschaal die Kairos draagt.

Wellicht kan het beluisteren van Bachs Das alte Jahr ist vergangen en Fanny Mendelssohns Das Jahr ons op weg zetten naar Kairos…

 

Als afsluiter staan we even stil in de Bollemanssteeg  in Leeuwarden waar we tussen vele andere gedichten, het gedicht van  Judith Nieken vonden.  

Leeuwarden.jpg

Jo Haerens

Meer lezen over Kairos: Joke Hermsen, Kairos. Een nieuwe bevlogenheid, 2014.