Hulde aan Elisabeth I, 'the Virgin Queen',

met muziek en met portretbeelden 

 
14 januari 2021
Black Lace Transparent

Time stands still with gazing on her face,
stand still and gaze for minutes, hours and years, to her give place.
All other things shall change, but she remains the same,
Till heavens changed have their course and Time hath lost his name.
Cupid doth hover up and down blinded with her fair eyes,
and Fortune, captive at her feet contemned and conquer’d lies.

 

When Fortune, Love and Time attend on her,
her with my fortunes, love, and time, I honour will alone.
If bloodless Envy say Duty hath no desert
Duty replies that Envy knows herself his faithful heart.
My settled vows and spotless faith no fortune can remove,

Courage shall shew my inward faith, and faith shall try my love.

(toegeschreven aan Sir Henry Lee)

De tijd staat stil bij het aanschouwen van haar gelaat.

Sta stil, en aanschouw, gedurende minuten, uren en jaren, geef plaats aan haar.

Alle andere dingen zullen veranderen, maar zij blijft dezelfde,

tot de hemelsferen hun loopbaan veranderd hebben en Tijd zijn naam verloren heeft.

Cupido zweeft omhoog en omlaag, verblind door haar mooie ogen,
en het Lot ligt geboeid aan haar voeten, vernederd en overweldigd.

 

Zolang Lot, Liefde en Tijd haar dienen,
Zal ik alleen maar haar eren met mijn leven, liefde en tijd.
Als bloedloze Afgunst[1] beweert dat Plicht geen verdienste heeft,

Antwoordt Plicht dat Afgunst zelf het trouwe hart [van de plicht] kent.

Geen lot kan mijn blijvende eed van trouw en zuivere geloof wegnemen.

Moed zal mijn innerlijke geloof tonen, en geloof zal mijn liefde uitzuiveren.

(vertaling: Guido Latré)

William Scrots Elisabeth I ca 1546 detai

John Dowland,

Time stands still

 
Muzikale hulde aan koningin Elisabeth I

Op 24 maart 1603 overleed de Engelse koningin Elisabeth I, na een regeringsperiode van 45 jaar. In datzelfde jaar verscheen in Londen een verzameling liederen van de hand van de componist en luitspeler John Dowland, The Third and Last Booke of Songs or Aires. Het tweede lied uit de bundel is getoonzet op de tekst hierboven.

 

Op de titelpagina omschrijft Dowland zichzelf als

Bachelor in Musick, Lutenist to the most high and mightie Christian the Fourth by the grace of God king of Denmark and Norway, &c.
 

Original Score Time stands still Dowland
John Dowland (1563-1626)

Het gedicht is vermoedelijk van de hand van Sir Henry Lee (1533-1611), een edelman in dienst van de koningin die zijn verzen graag doorspekte met beeldspraak en allegorie. Time stands still is een lofzang op Elisabeth I die John Dowland op muziek zette als blijk van zijn loyauteit ten opzichte van het staatshoofd.

 

In zijn jeugd, toen hij in de jaren 1579 tot 1583 in dienst van de Engelse ambassadeur Sir Henry Cobham in Parijs verbleef, had Dowland zich tot het katholicisme bekeerd. De katholieken werden in het anglicaanse Engeland niet vervolgd, maar zij moesten wel op hun tellen passen en de doctrinaire maatregelen van de staatskerk onderschrijven (zoals het bijwonen van de anglicaanse liturgische diensten). Ondanks zijn loyale houding en zijn uitzonderlijk muzikaal talent slaagde Dowland er echter niet in als een van de vier vaste luitspelers aan het hof aangesteld te worden.

 

Hij zocht dan ook enig heil op het vasteland. In 1594 trad hij in Wolfenbüttel in dienst van Heinrich Julius, de hertog van Brunswijk-Lüneburg, waar hij kennismaakte met vooraanstaande musici als Michael Praetorius, organist en vanaf 1595 kapelmeester, en de uit Antwerpen afkomstige luitspeler Gregorio Huet. Samen met Huet bezocht Dowland in 1595 het hof van de kunstminnende landgraaf Maurits van Hessen in Kassel, zelf een getalenteerd componist. In datzelfde jaar vertrok Dowland naar Italië, waar hij hoopte diepgaandere muzikale kennis op te doen bij de Romein Luca Marenzio, een van de boegbeelden van de laat-renaissancistische vocale polyfonie. Rome heeft hij echter niet bereikt, want in Florence kwam hij in contact met een clubje verdachte Engelse katholieken, zodat hij onverrichter zake naar Kassel terugreisde. In Engeland werd immers gevreesd voor staatsgevaarlijke intriges vanwege de katholieke kerk.
 

John Dowland front First Booke of Songes

Uiteindelijk keerde Dowland als getrouwe burger naar Londen terug, maar ook nu kwam er van een aanstelling aan het hof nog altijd niets in huis, ook niet na de succesvolle ontvangst van zijn First Booke of Songs in 1597. In 1598 week Dowland uit naar Denemarken, waar hij tegen een hoog salaris als luitspeler werd aangeworven door koning Christiaan IV, een functie die hij luidens de titelpagina van zijn Third Booke of Songs in 1603 nog altijd bekleedde.

Hij reisde wel af en toe naar Londen, waar in 1600 een Second Booke of Songs werd uitgegeven en in 1604 zijn merkwaardige bundel Lachrymae or Seven tears verscheen. Deze verzameling instrumentale muziek voor vijf strijkers en luit begint met ‘zeven tranen’ in de vorm van zeven ‘passionate pavans’, ‘emotionele pavans’ (de Engelse vorm van de pavane, een langzame Franse dans), waarbij elke pavan begint met de dalende kwart, het ‘tranenmotief’. Daarna volgen een reeks dansen, overwegend luchtige galliards (de Franse gaillarde), maar ook het bekende van melancholie doordrongen Semper Dowland, semper dolens (‘Altijd Dowland, altijd treurend’).

John Dowland autograaf Lacrimae.jpg

Pas na 1606 zou hij zich echter terug in Londen vestigen, al bleek de nieuwe koningin Anna van Denemarken, de zuster van Christiaan IV, ook toen nog niet bereid hem in dienst te nemen, ondanks zijn Europese faam. Hij genoot wel de steun van een aantal vooraanstaande edellieden. In 1612 verscheen zijn laatste uitgave, A Pilgrims Solace, een verzameling wereldlijke en geestelijke gezangen voor drie- tot vijf stemmen, luit en viola da gamba‘s.

 

In een merkwaardig voorwoord (To the reader) breekt de etter van zijn opgekropte gevoelens bruusk uit, met onder meer een verwijzing naar zijn succesvolle verblijven in het buitenland en de interesse voor zijn muziek via talrijke uitgaven in een aantal steden op het vasteland (waaronder Antwerpen). Ook valt hij onkundige musici aan, vooral de gambaspeler Tobias Hume, die zijn instrument boven de luit verheven voelde.

 

In dat jaar 1612 werd  dan uiteindelijk Dowlands droom wel verwezenlijkt: het hof creëerde speciaal voor hem een nieuwe post. Aan de vier luitenisten werd hij als vijfde speler toegevoegd.

De meeste van Dowlands  ca. 100 werken voor sololuit zijn dansen (pavan, galliard, almain, jig). Dankzij de gevarieerde en vaak met contrapunt verrijkte schrijfwijze behoren zij tot de absolute topstukken van het luitrepertoire. Hetzelfde geldt voor zijn lute songs, die nu eens dansante, strofische liederen zijn, dan weer diepernstige, door de Italiaanse, affectief geladen declamatie beïnvloede gezangen.

 
Elisabeth luit.jpg
Time stands still (1603): het gedicht

Alvorens  de muziek te bespreken kom ik nog even terug op de enigszins hermetische formulering van het gedicht.

‘De plaats’ die aan Elisabeth moet gegeven worden (vers 2) betreft, zoals blijkt uit het vervolg, het toekennen van haar plaats in de orde van de macrokosmos (de hemelse sferen) en de microkosmos (het ondermaanse). De verzen 3 en 4:

Alle andere dingen zullen veranderen, maar zij blijft dezelfde,

tot de hemelsferen hun loopbaan veranderd hebben en Tijd zijn naam verloren heeft.

vatten de kernidee van de eerste strofe samen. De geliefde behoort niet tot het tijdelijke, maar tot de hogere hemelsferen die constant blijven in hun omwentelingen. Haar aanschouwen doet alles van plaats veranderen in het tijdelijke ondermaanse om plaats te ruimen voor haar, maar bij haar treedt uiteindelijk enkel verandering op wanneer het einde der tijden aanbreekt en ook de hogere hemelsferen niet meer in hun vaste banen bewegen.

De tweede strofe roept de allegorische figuren op van Afgunst (een vrouwelijk personage) en Plicht (een mannelijk personage). Afgunst beweert dat Plicht geen verdienste heeft, terwijl Afgunst goed genoeg weet hoe trouw het hart van Plicht is en dat Plicht dus wel verdienste heeft. De dichter Sir Henry Lee – en John Dowland – zullen trouw hun plicht tegenover de vorstin blijven vervullen, ook al betwijfelen kwatongen hun verdienste.

 

Time stands still: de muziek

Met de uitgave van zijn eerste liederenboek in 1597 zorgde Dowland voor een ingrijpende vernieuwing in de layout, die snel ingang vond. Voorheen was het gebruikelijk om voor elke partij een apart boekje te publiceren, evenveel als er vocale en/of instrumentale stemmen waren. Dowland ontwierp een speciaal formaat, waarbij alle partijen op twee naast elkaar liggende pagina’s zijn weergegeven, maar wel zo dat het boek op een tafeltje kon worden gelegd waar de uitvoerders rond zaten.

 

Bij een vierstemmige compositie met luitbegeleiding staat de bovenstem (cantus of sopraan) afgedrukt op de linkerpagina, met de luitpartij onder de stem. Op de rechterpagina staan de drie andere partijen (tenor, altus en bassus), op zo’n manier gedrukt dat elke musicus aan een andere zijde van het tafeltje zijn partij voor zich had.

Al de herdrukken (van het populaire boek I in 1600, 1603 en 1616) en de nieuwe uitgaven (boek II in 1600, boek III in 1603) werden op die manier gepresenteerd.

John Dowland First Booke of Songs.jpg

Van de 21 liederen van het derde boek zijn de eerste vier voor één stem, luit (op de linkerpagina) en een bassuspartij zonder tekst (op de rechterpagina). De andere zijn vierstemmig (en één, als laatste, vijfstemmig met twee luiten). Er waren meerdere uitvoeringswijzen mogelijk.

Eén persoon kon zingen en zichzelf op de luit begeleiden of twee personen musiceerden samen, een zanger en een luitspeler.

 

De baspartij waar de tekst niet bijgenoteerd was, kon bijgevoegd worden op viola da gamba. Die partij was zo opgevat dat ook de tekst er probleemloos kon ondergeplaatst worden.

 

De eerste strofe van de tekst staat links onder de cantus, de tweede strofe afzonderlijk rechts bovenaan. De uitvoering van het Duo Serenissma is voor sopraan en een luitspeler.

Op de titelpagina noteert Dowland: to sing to the lute, orpharion or viols (‘om te zingen met luit, orpharion of viola da gamba’s). De viola da gamba’s konden in de vierstemmige stukken met de zangers meespelen of die vervangen. Het orpharion, een tokkelinstruùment met metalen snaren dat gestemd was zoals de luit, was enige tijd populair in Engeland, maar raakte in de loop van de zeventiende eeuw in onbruik.

 

Dowlands liedkunst munt uit door een bedrieglijk eenvoudige zangstijl, waarmee hij echter een maximum aan expressie bereikt en steeds de juiste toon treft. Time stands still is daarvan een uitstekend voorbeeld. De melodie van elke zin vloeit als het ware spontaan voort uit de declamatie van de tekst. Op de meeste lettergrepen staat slechts één noot, soms twee. Van virtuositeit is er dus geen sprake. Het meest voorkomende interval is de secunde; grote sprongen worden vermeden. De meeste verzen zijn zelfs exclusief samengesteld uit secunden, in soepel vloeiende op- en neergaande melodische lijnen. Het resultaat is verbluffend, vooral ook dankzij de rijke luitpartij.

 

Door bewust virtuositeit te vermijden en zich te concentreren op de pure eenvoud van de muzikale presentatie, roept Dowland zoals de dichter een haast bovenaardse zuiverheid op. Die zuiverheid wordt gesuggereerd aan het slot van het gedicht met het werkwoord ‘to try’, in zijn oude betekenis, namelijk de uitzuivering van metaal om dit tot de kern te herleiden. Het tijdelijke is onzuiver, maar door plichtsbewust in dienst te staan van zijn geliefde koningin, komen de dichter – en de componist – op hun beurt dichter bij de standvastigheid en de zuiverheid die de hemelse sferen kenmerkt.

 

Ignace Bossuyt

 

Uitvoering bovenaan: Duo Serenissima (Elisabeth Heterington, sopraan, David Mackor, luit)

 

Partituur: Originele uitgave en facsimile van het Third Booke of Songs (Time stands still: nr. II)

https://imslp.org/wiki/The_Third_Booke_of_Songes_(Dowland%2C_John)

 

Bewerking voor vier stemmen:

https://imslp.org/wiki/Time_Stands_Still_(Dowland%2C_John)

- De binnenstemmen zijn gereduceerd uit de luitbegeleiding zodat het lied ook vierstemmig kan gezongen worden.

 

Met bijzondere dank aan Guido Latré, prof.em. Engelse literatuur en cultuur van de UCLouvain, die het gedicht vertaalde en de analyse ervan schreef.

Elisabeth I pelican portret.jpg

Elisabeth I The Virgin Queen in beeld

We hoorden het gezongen: De tijd staat stil bij het aanschouwen van haar gelaat. De “Virgin Queen” staat verheven boven wereld en tijd, zo lijkt het wel. Dit beeld vinden we terug in haar portretten: ze bewaart afstand van haar onderdanen, lijkt onbereikbaar en houdt het mysterieuze imago in stand. Zelfs op jonge leeftijd!

 

Bekijk maar even het portret dat aan William Scrots (1537-1573), hofschilder van de Tudors, wordt toegeschreven. Het werk Prinses Elisabeth I (1546-47) behoort tot de Royal Collection Trust en wordt bewaard in Windsor Castle.

William Scrots Elisabeth I ca 1546.jpg

De prinses is 13 jaar oud als dit portret wordt gemaakt. Elisabeth staat in een donkere kamer, waar we nog net de rugleuning van een zeteltje zien en opzij geschoven gordijnen. Het meisje staart ons met haar donkere ogen onbewogen aan. Over een zilverkleurig gewaad, bezet met gouddraad, draagt de jonge prinses een prachtige karmozijn rode mantel met ingeweven motieven.

 

Doorheen de mouwen van het kleed worden hier en daar kleine strookjes van de wit linnen manchetten zichtbaar. De kostbare stof, enkel toegelaten in koninklijke kringen, haar halskettingen en ringen aan haar slanke vingers  wijzen op haar adellijke status. Verondersteld wordt dat dit portret de jonge prinses ook als huwelijkskandidaat wilde voorstellen. Het geopend boek op de standaard en het kleine boekje in haar handen wijzen er daarenboven op dat ze leergierig is. Wordt hier allusie gemaakt op Oud en Nieuw Testament en haar piëteitsvolle ingesteldheid?

 

Van Elisabeth I kent men de zin die ze aan haar half-broer Edward VI schrijft, wanneer hij een -weliswaar ander- portret van haar ontvangt:

“And further I shall most humbly bessech your Majesty that when you shall look on my picture, you will vouchsafe to think that as you have but the outward shadow of the body afore you, so my inward mind wischeth that the body itself were often in your presence”.

 

Het portret laat enkel het uiterlijke [outward shadow] zien. Haar innerlijk leven [inward mind] is voor haar belangrijker.

 

Als Elisabeth in 1558 aan de macht komt, is ze zich er samen met de Engelse staatsman en adviseur William Cecil van bewust dat haar beeltenis haar bewind kan ondersteunen. In 1563 stelt Cecil een proclamatie op waarin expliciet wordt gesteld dat er gewaakt zal worden over de afbeeldingen van de koningin en dat er dus modelportretten nodig zijn die kunnen gereproduceerd worden.

Eén van de belangrijke schilders die zorgt voor dergelijke portretten van de vorstin is Nicolas Hilliard (1547-1619). Hij is bekend voor zijn miniatuurportretten van leden van het hof en staat het dichtst bij de vorstin als mogelijk is voor een “gewone” burger. Hij maakt over een periode van 30 jaar verschillende portretten van de vorstin en helpt op deze manier haar publiek imago als een icoon van waarde en macht vorm te geven.

 

In 1575 schildert hij Elisabeth I met een pelikaan embleem.

Hier krijgen we de machtige vorstin in vol ornaat te zien. Ze lijkt te verdwijnen in haar opstaande kraag en wordt bedolven onder juwelen met parels, symbool van haar maagdelijkheid. Over haar rechteroor hangen twee kersen: ook verwijzing naar haar maagdelijkheid (cherry = maagdenvlies dat ongeschonden is).

 

Opmerkelijk in dit werk is het embleem van de pelikaan dat ze op haar borst draagt. Van oudsher is de pelikaan het symbool van de zelfopoffering voor redding van de zwakkeren. De moeder-pelikaan voedt haar kleintjes met haar eigen bloed.

 

Door dit symbool te dragen wordt de vorstin voorgesteld als “de moeder van de protestantse natie”. Denken we hierbij ook aan de excommunicatie bul van paus Pius V in 1570. Elisabeth beschermt de natie en in die zin wordt de pelikaan één van haar geliefde symbolen. Ze zegt immers zelf:

“There is nothing about which I am more anxious than my country, and for its sake I am willing to die ten deaths if that be possible”.

 

 

Elisabeth I pelican portret detail.jpg

Uiteraard wijzen de kostbare stoffen en juwelen op haar verheven en ongenaakbare positie. De roos linksboven verwijst naar het symbool van de Tudors, de Franse lelie verwijst naar de aanspraak die de Engelse monarchen sinds 1340 meenden te kunnen maken op de Franse troon.

We gaan even verder in de tijd; In 1600 schildert wellicht Isaac Oliver Het Regenboogportret.

Elisabeth I regenboogportret.jpg

Dit werk is gemaakt in opdracht van de jongste zoon van William Cecil nl. Robert Cecil. Opnieuw glorieert Elisabeth, beladen met parels. Nieuw volgens de mode van de tijd is de kraag die vooraan openvalt in een diepe decolleté en achter het hoofd als vleugels uitwaaiert. Deze kragen worden gewoonlijk door ongehuwde vrouwen gedragen. Door de enorme afmetingen van de kraag wordt de afstand met de gewone burger enkel maar groter.

 

Wel heel opmerkelijk en tekenend voor haar vorstelijke positie en uitstraling is de regenboog die ze in haar rechterhand houdt, symbool van hoop en vrede. Het opschrift boven de regenboog: “non sine sole iris” (geen regenboog zonder zon) spreekt voor zich. Elisabeth wordt gezien als de zon en is pleitbezorgster voor vrede.

 

Op haar kleed vinden we viooltjes, anjers en rozen, maar zeker opmerkelijk is de slang die in het borduurwerk van haar linkermouw kronkelt. Hier te begrijpen als de “slang van de wijsheid”, vangt het dier een rode robijn, het hart van de koningin.

 

Elisabeth is ook de vorstin die ogen en oren openhoudt voor haar onderdanen. Luisteren en kijken: pas dan zal ze spreken. Eén blik op de voering van de bovenmantel illustreert deze vorstelijke gaven: ogen, oren en monden zijn her en der op de mantel aangebracht (zie detailfoto).

Elisabeth I regenboogportret detail.jpg

Dit zijn slechts enkele portretten van een opmerkelijke vorstin.

 

Sir Henry Lee en de componist Dowland schreven en componeerden het:

Zolang Lot, Liefde en Tijd haar dienen,

Zal ik alleen maar haar eren met mijn leven, liefde en tijd.

 

Zoveel is duidelijk: ook schilders deden er alles aan om de koninklijke uitstraling kracht bij te zetten.

Jo Haerens

Bronvermelding: Simon Schama, Het gezicht van een wereldrijk. Groot-Brittannië in Portretten, 2015 (Atlas Contact).