De Kinderspelen van Georges Bizet

voor Olivia

7 april 2021

zet de speakers op en start hier 

Zullen we een aanzet geven tot de wereld die we je wensen: muziek, kleur, schoonheid om te ontdekken en met veel mensen te delen.

Een wereld waarin je je dromen kan volgen en blij kan zijn.

Een wereld vol fantasie.

Jo en Jan

Oma en opa geworden op 31 maart 2021

De Kinderspelen van Georges Bizet

 

Een componist die zich laat inspireren door het kind, beweegt zich op glad ijs. Hij kan gemakkelijk uitglijden over sentimentele nostalgie of een simplistische aanpak die de muziek zowel emotioneel als puur compositorisch compleet de mist doet ingaan. Er zijn uitzonderingen. Een daarvan is een reeks van twaalf vierhandige pianowerkjes van Georges Bizet, die hij in 1871 schreef onder de titel Jeux d’enfants en waaruit hij er vijf ook orkestreerde. Het is het enige van zijn in aantal beperkte pianowerken dat enige populariteit geniet, dat echter nog lijdt onder het iets groter succes van de vijfdelige orkestsuite. Het zijn echter pure pareltjes, die in Frankrijk enkele componisten kunnen geïnspireerd hebben tot verwante composities

 

 

 

Spring hier naar ​Het kind in de (Franse) muziek

of naar een korte biografie van Georges Bizet

of naar de Petite suite d’orchestre

of naar de 'Kinderen van de Renaissance'.

 

Of lees hieronder verder en luister naar Jeux d'enfants.

Jeux d’enfants (1871)


De twaalf delen van de pianocyclus Jeux d’enfants droeg Bizet op aan twee jongedames waarover weinig bekend is. Ongetwijfeld waren het twee pianisten die de cyclus vierhandig konden uitvoeren. Misschien was hij (ook) geïnspireerd door zijn nakend vaderschap in juli 1872, toen zijn zoon Jacques geboren werd.

Voor de musicologische uitleg van elk deeltje en een beeldverhaal in dialoog, schuif door de verschillende pagina's terwijl je luistert naar de youtube. Timing naast de titel.

Kinderspelen in de beeldende kunst 

Bizet is met zijn Jeux d’Enfants onze leidraad in dit muziekverhaal. Zijn klanken brengen ons naar de beeldrijke wereld van kinderspelen doorheen de geschiedenis. Schommelen, tollen, zeepbellen blazen: het blijft van alle tijden. En als de avond valt en iedereen is uitgespeeld, sluit vaak een klein verhaal de dag. 


Goeienacht (Bart Moeyaert)


Met mama op de bedrand
wordt de kamer lekker warm.
Ik mag nog even liggen
in de holte van haar arm.
Ze leest me een verhaal
over de maan boven een land
waar alle mensen wonen
in een nachtblauw ledikant.
Het einde – moet ik zeggen
heb ik nog nooit gehoord,
maar zacht – dat weet ik zeker,
is vast het laatste woord.


(bron: Seizoensbrochure 2011/2012 De Maan, Mechelen)

Uitvoering Jeux d'enfants :

Live-uitvoering in het Concertgebouw van Amsterdam door Ivana Alkovic en Maarten den Hengst, samen het Nederlands pianoduo Amacord. Zij stelden hun opname bereidwillig ter beschikking, waarvoor onze oprechte dank. In 2020 namen zij Bizets Jeux d’enfants op, samen met Ma mère l’Oye van Ravel en Six épigraphes antiques van Debussy onder de titel Musical garden. Le jardin féerique (ZIP Records 190).

 
 
 
 
 
 
 
Wat de aanleiding tot de compositie ook geweest is, het resultaat is een meesterstuk vol frisse inspiratie en rijkgeschakeerd pianospel, en rijk aan melodische en harmonische vondsten die nergens gezocht overkomen. Hij liet zich leiden door kinderspelen, die hij fijnzinnig oproept in charmante miniaturen die ook zonder kennis van de titel perfect te genieten zijn. Een ritmisch of een melodisch motief, dat levendig het kinderspel oproept, dient meestal als structurele basis voor een volledig deeltje.
Titelpagina Bizets Jeux d'enfants 1872 t

P 0/12

Het kind in de (Franse) muziek


Een componist die zich laat inspireren door het kind, beweegt zich op glad ijs. Hij kan gemakkelijk uitglijden over sentimentele nostalgie of een simplistische aanpak die de muziek zowel emotioneel als puur compositorisch compleet de mist doet ingaan. Er zijn uitzonderingen. Een daarvan is een reeks van twaalf vierhandige pianowerkjes van Georges Bizet, die hij in 1871 schreef onder de titel Jeux d’enfants en waaruit hij er vijf ook orkestreerde. Het is het enige van zijn in aantal beperkte pianowerken dat enige populariteit geniet, dat echter nog lijdt onder het iets groter succes van de vijfdelige orkestsuite. Het zijn echter pure pareltjes, die in Frankrijk enkele componisten kunnen geïnspireerd hebben tot verwante composities

Zie verder in dit muziekverhaal.

  • In 1896 bracht Gabriel Fauré zes korte stukjes voor pianoduo samen in de Dollysuite, die hij had gecomponeerd naar aanleiding van de verjaardag of andere gebeurtenissen uit het leven van Régine-Helène Bardac oftewel Dolly (1892-1985), het dochtertje van zijn geliefde, de zangeres Emma Bardac (1862-1934). De suite bevat onder meer een Berceuse (voor Dolly’s eerste verjaardag) en Le jardin de Dolly (als Nieuwjaarswens voor het jaar 1895).

  • Claude Debussy droeg twee pianowerken op aan zijn geliefd dochtertje Claude-Emma, beter bekend als Chouchou. Ook dit kind was een dochter van Emma Bardac, die enige tijd de geliefde van Debussy was.

In 1908 schreef hij voor haar, toen drie jaar oud, Children’s corner. Debussy was anglofiel en de gouvernante van het kind was een Engelse. Vooraan in de partituur noteerde hij: A ma chère petite Chouchou, avec les tendres excuses de son Père pour ce qui va suivre. C. D. De reeks bestaat uit zes deeltjes, met titels als Jimbo’s lullaby, een bercesue voor een Soedanese olifant die een tijdlang verbleef in de Jardin des plantes in Parijs, Serenade for the Doll, geïnspireerd door een Chinese porseleine pop, en de erg geestige Golliwogg’s cakewalk, de dans – de toen populaire jazzy cakewalk – van een zwarte pop die toen erg in trek was via cartoons.​

Uit 1913 dateert een tweede pianowerk voor zijn dochtertje: La boîte à joujoux, een “ballet pour enfants”,

gebaseerd op een geïllustreerd kinderboek. Alweer een leuk stuk, met een aantal citaten uit composities van, onder meer Charles Gounod (het soldatenkoor uit Faust) en Felix Mendelssohn (de beroemde bruiloftsmars uit Midzomernachstdroom). Chouchou, een muzikaal erg begaafd meisje dat  uitstekend piano speelde, overleed  in 1919 op de leeftijd van dertien jaar, één jaar na haar vader.

  • In 1908 vond Maurice Ravel inspiratie in de Sprookjes van Moeder de Gans voor de vijf erg verfijnde vierhandige pianostukjes Ma mère l’Oye, “cinq pièces enfantines”, die hij later orkestreerde voor een ballet en nog enkele delen toevoegde. Hij maakte ook een versie voor pianosolo. Hier passeren onder meer Klein Duimpje (Petit Poucet) en Doornroosje (Pavane de la Belle au bois dormant) de revue.

    In 1925 leverde Ravel nog een biljante bijdrage tot dit door het kind geïnspireerde repertoire in een korte opera, de “fantaisie lyrique”  L’enfant et les sortilèges (‘Het kind en de toverkunsten’). Het thema zijn de fratsen van een zesjarig stout kind dat een theekopje stuk werpt, een eekhoorn in zijn kooi tergt, de kat aan haar staart trekt, zijn schoolboek verscheurt en verwante venijnigheden, tot de getergden tot leven komen en wraak willen nemen. Wanneer zij het kind aanvallen merken zij dat het eekhoorntje dat in het tumult gewond is geraakt, door hem werd verzorgd. Al zijn fouten worden hem vergeven en de gedupeerden geven hem aan zijn moeder terug. Ravel trekt er alle registers open: jazz, een foxtrot, een ragtime, een polka, een wals en niet te vergeten een kattenduet en een prachtige Engelse dialoog tussen de theepot en het Chinesr theekopje! De tekst munt uit door het meesterlijke talenspel van de librettiste, de schrijfster Colette, met onvertaalbare onomatopeeën. In zijn orkestratie demonstreert Ravel zijn bekend meesterschap. Diverse bizarre instrumenten dragen bij tot de unieke klankkleur van dit werk, zoals kaasschaaf(!), ratel, zweep, woodblock, windmachine en cymbales antiques…

  • Honderd jaar na Bizet, in 1971, leverde Jean Françaix, die vooral bekend is om zijn muzikale humor, een leuke bijdrage in 15 Portraits d’enfants d’Auguste Renoir voor piano.​

 
Georges Bizet (1838-1875)

 

Wie Bizet zegt, zegt Carmen, zijn beroemde opera naar een novelle van Prosper Mérimée die na de niet zo enthousiast onthaalde première op 3 maart 1875 al snel een wereldsucces werd en dat ook is gebleven. In 1875 stond de opera 45 maal op het programma in Parijs. Bizet overleed drie maanden later, op 3 juni, enkele uren na de 33ste uitvoering.

Bizet portret.jpg

Weinig andere werken van Bizet werden echt populair of behoren tot het vaste repertoire. Tijdens zijn korte carrière maakte hij vooral veel plannen voor opera’s (een dertigtal), maar slechts enkele werden voltooid, andere bleven onafgewerkt of kwamen nooit van de grond. Al vroeg ontpopte hij zich tot een begenadigd pianist, die door Franz Liszt als zijn evenknie werd geprezen.

Als componist was hij al op jonge actief, getuige zijn Symfonie in C, uit 1855, een knap en aanstekelijk werkstuk dat hij als zeventienjarige voltooide. Zijn voorbeelden waren  Mozart, Schubert en Mendelssohn. Zij werd pas in 1935 voor het eerst uitgevoerd.

 

Nadat hij in 1857 de prestigieuze Prix de Rome won en drie jaar in Rome verbleef, vestigde hij zich in Parijs. Zijn compositorische activiteit werd sterk afgeremd doordat hij aan de kost moest zien te komen met nevenactiviteiten, zoals optreden als begeleider van zangers en vooral ook het vervaardigen van arrangementen van opera’s voor piano.

 

Na de Duits-Franse oorlog van 1870-71, die leidde tot de val van Napoleon III, richtte Camille Saint-Saëns in een patriottische reflex de Société Nationale de Musique op, vooral met het oog op het stimuleren van concerten met nieuwe Franse muziek als tegengewicht tegen de overheersing van het Duitse repertoire. De stimulans die hiervan uitgang resulteerde bij Bizet in twee van zijn beste werken: de opera-comique Djamileh, naar Alfred de Musset, en de cyclus pianowerken Jeux d’enfants.

 
 
Petite suite d’orchestre (1872)

 

In 1872 orkestreerde Bizet vijf delen uit Jeux d’enfants tot wat hij betitelde als Petite suite d’orchestre, die iets vaker wordt uitgevoerd dan het originele pianowerk. Hij selecteerde de volgende delen:

  • Marche (Trompette et tambour) (0 :00)

  • Berceuse (La poupée) (2 :17)

  • Impromptu (La toupie) (5 :09)

  • Duo (Petit mari, petite femme) (6 :12)

  • Galop (Le bal), (9:13)

waarbij hij de neutrale, ‘abstracte’ muzikale term eerst plaatste.

 

De orkestversie is evenzeer geslaagd. In de Marche  zijn de trommel en de trompet uiteraard prominent aanwezig (met in de slotmaten een  toegevoegde solo voor de trompet, een passus die in de pianoversie ontbreekt). In de Berceuse valt vooral het con sordino-spel van de strijkers op. Op het einde wiegt de solofluit het kind in slaap. Het Duo is voorbehouden voor de strijkers, met de viool als de petite femme en de cello als de petit mari. Hun dialoog komt uitstekend tot zijn recht.

Ignace Bossuyt

Uitvoering Petite suite d’orchestre: Concertgebouworkest Amsterdam, o.l.v. Bernard Haitink, met meeschuivende partituur

 

Drie generaties Bourgondisch-Habsburgse prinsen en prinsessen groeien op in Mechelen, waaronder Filips de Schone, Margareta van Oostenrijk en de toekomstige Karel V. Ze worden er voorbereid op hun voorname rol in het Habsburgse wereldrijk en krijgen de beste leraars, de mooiste kleren, het fijnste speelgoed en de beste boeken. 

Op 26 maart 2021 startte een indrukwekkende internationale tentoonstelling Kinderen van de Renaissance in het Mechelse Museum Hof van Busleyden, ooit de verblijfplaats van de humanist en mecenas Jeroen van Busleyden, lid van de Hoge Raad. Een unieke selectie kinderportretten worden tentoongesteld, gemaakt voor het Mechelse hof door prominente schilders en nu opnieuw samengebracht vaak voor het eerst in vijfhonderd jaar. Samen met boeken, speelgoed, juwelen en andere bijzondere objecten komt de Habsburgse kindertijd van 500 jaar geleden weer tot leven en leren we hoe de humanistische ideeën aan het hof in Mechelen onze manier van opvoeden tot op vandaag beïnvloeden.

Hero Kinderen vd Renaissance i.jpg