Maskerades bij Schumann,

en bij Guardi, Guérard, Manet en Tinguely

11 maart 2021

Manet_093 Bal masqué detail.jpg

Robert Schumann: Carnaval

 
Muzikale cryptografie: van letter naar noot

Düsseldorf, 28 oktober 1853. Ten huize Robert Schumann heeft een uitvoering plaats van een sonate voor viool en piano. De violist met dienst is de befaamde Joseph Joachim, met aan de piano Clara Wieck, Schumanns vrouw. Tot de aanwezigen behoren Johannes Brahms en Albert Dietrich, een van Schumanns leerlingen.

De sonate is een geschenk van de drie componisten Schumann, Dietrich en Brahms aan hun vriend Joachim, die het werk van het blad speelde. Dietrich componeerde het eerste deel (Allegro), Schumann de delen twee (Intermezzo) en vier (Finale), Brahms het derde deel (Allegro, een scherzo).

 

Bovenaan de partituur noteerde Schumann drie letters: F.A.E., de eerste letter van de drie woorden van Joachims levensmotto: Frei aber einsam. De drie letters zijn tevens noten: f (fa), a (la) en e (mi), die dan ook het muzikaal basismotief vormen van het werk.

FAE detail.jpg

In de middeleeuwen werden de noten benoemd met de letters a tot g, later werden dit de notennamen la-si-do-re-mi-fa-sol. Dat la en niet do de eerste letter is, is te verklaren doordat la toen de laagste noot was.

 

Zo’n cryptografisch spel met letters is in de muziek eeuwenoud. Het bekendste voorbeeld is de naam Bach, die volgens het Duitse systeem muzikaal kan omgezet worden in si mol – la – do – si. De Duitse benamingen wijken van de gebruikelijke af doordat B staat voor si mol en H voor si. Dit motief is bij Bach zelf als een signatuur aanwezig in de onvoltooide laatste fuga van Die Kunst der Fuge. Talloze componisten citeerden later het Bach-motief, als hulde aan hun beroemde voorbeeld. Zo componeerde Schumann in 1845 zijn Sechs Fugen über den Namen BACH op. 60 voor orgel , waarbij het Bachmotief in elke fuga als thema optreedt.

Ook los van het Bachmotief liet Schumann zich graag inspireren door de letters van de noten. Zijn opus 1 uit 1830 bestaat uit een reeks variaties voor piano, met als titel Thème sur le nom Abegg, varié pour le pianoforte. Het thema dat aan de basis ligt van de variaties bestaat uit de noten la – si mol (het Duitse systeem!) – mi – sol – sol. De naam zou verwijzen naar een zekere “Demoiselle Pauline Comtesse d’Abegg”, een edeldame uit Mannheim, de geliefde van een vriend van Schumann; vermoedelijk gaat het echter om een fictief personage of, eventueel, om een (al dan niet bestaande) pianiste genaamd Meta Abegg, die hij bewonderde! 

Vijf jaar later, in 1835, volgde de pianocylus Carnaval (op. 9), ondertiteld scènes mignonnes sur quatre notes. Ook die ‘vier noten’ zijn afgeleid uit de notenletters.

 

Maar eerst even terug naar het motto van Joachim: Frei aber einsam, dat de romanticus scherp typeert.

Frei aber einsam, een romantisch motto

Wanneer Ludwig van Beethoven in 1827 overlijdt, treedt een nieuwe generatie componisten aan die  - om het wat oneerbiedig uit te drukken – opgezadeld zit met de ongeëvenaarde erfenis van hun overleden collega. Wie zou erin slagen aan de veelzijdigheid en de artistieke perfectie van Beethovens 9 symfonieën, de 15 strijkkwartetten en de 32 pianosonates te tippen, laat staan te evenaren of te overtreffen?

 

Met Beethoven had de romantiek in de muziek haar intrede gedaan, waarbij de grenzen van de klassiek, vertegenwoordigd door Haydn en Mozart, waren verlegd. Precies die ‘grensverlegging’ was cruciaal in de muziek tijdens de eerste decennia van de 19de eeuw. Er ging toen een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit van alles wat buiten het gewone viel, wat anders was. Het ‘normale‘ werd verdacht en triviaal! Romantici zijn er dan ook op uit het ‘klassieke’ evenwicht te verstoren en de universele klassieke principes te doorbreken ten gunste van een individueler manier van uitdrukken. Het gevoelsmoment werd vaak bewust (over)geaccentueerd, zodat de ideale verhouding vorm-inhoud werd verstoord.

 

De afbrokkeling van de algemeen geldende principes in de muziek is mede te verklaren door de tijdsomstandigheden: met de Franse revolutie waren een aantal oude zekerheden (politieke, sociale en religieuze) op de helling gezet. De mens was teruggeworpen op zichzelf, hij was vrij, maar – door gebrek aan houvast – eenzaam. In deze context past het motto van Joachim: Frei aber einsam. Bij uitstek de kunstenaar voelt zich verward en ontredderd. Vandaar ook zijn verschillende en vaak controversiële antwoorden op de vraag naar de zin van de kunst:

  • voor de enen gold zij als hoogste vorm van zelfexpressie (zoals Hector Berlioz),

  • voor anderen was zij een zoektocht naar een ordening van de chaos (kunst als filosofie en zelfs als religie, zoals bij Richard Wagner en Gustav Mahler).

 

De verwardheid en onzekerheid kwamen ook tot uiting in de extreme intensiteit van emoties, met als typisch voorbeeld de zogenaamde ‘Weltschmerz’, een wereldmoeheid als gevolg van vervreemding. Die uitte zich in diverse varianten, van melancholie tot extreme wanhoop, waanzin, krankzinnigheid en zelfmoord. De persoon van Robert Schumann is hiervan een reprensentatief voorbeeld. Het is genoegzaam bekend dat hij in februari 1854 een mislukte poging tot zelfdoding ondernam door in de Rijn te springen. Geestelijk totaal verstoord bracht hij nog twee jaar door in een private psychiatrische instelling in Endenich bij Bonn, waar hij.op 29 juli 1856 overleed.

In deze periode ruimde de meerdelige sonate – Beethovens specialiteit - geleidelijk de plaats voor het korte klavierstuk, die de componisten vaak tot cycli samenbrachten. Bekende voorbeelden zijn

  • de Impromptus en Moments musicaux van Franz Schubert,

  • de acht bundels Lieder ohne Worte van Felix Mendelssohn,

  • de Nocturnes van Frédéric Chopin,

  • de Lyrische Klavierstücke van Edvard Grieg,

  • en een aantal bundels van Robert Schumann.

Ignace Bossuyt

Verbergen &

verborgen zijn

 

Il Ridotto

Op de tonen van Schumanns muziek leidt de Venetiaanse schilder Francesco Guardi (1712-1793) ons Il Ridotto binnen. In 1746 schildert hij één van de zalen van het Venetiaanse Palazzo Dandolo die bekend stond als “speelzaal” of publiek toegankelijk casino.

 

Het werk van Guardi, nu bewaard in het Ca’ Rezzonico, laat ons een prachtige ruimte zien, gedecoreerd met goudleer aan de wanden. Het “casino” dat elf zalen van het paleis innam, werd uitgebaat door de staat en was open van 26 december tot Aswoensdag, het einde van de carnavalsperiode. Alle bezoekers gingen gekleed volgens een bepaalde dress code en moesten een masker dragen, met uitzondering van de edelmannen die de speeltafels bedienden. Zij werden uitgekozen uit de Barnabottiklasse, de lagere en verarmde adel die vooral in de wijk San Barnaba woonde.

 

Het spreekt voor zich dat het dragen van het masker en dus het anoniem blijven een grote troef was voor zowel de plaatselijke patriciërs als de buitenlandse bezoekers. Anderzijds zorgde deze anonimiteit ook voor promiscue situaties. Precies omwille van publieke orde werd de zaal in 1774 gesloten.

Guardi casino Dandalo San Moisé.jpg
Van het casino naar het jaarlijkse Bal de l'Opéra

Het jaarlijkse Bal de l’Opéra was het hoogtepunt van het Parijse Carnaval. Het werd in 1715 in het leven geroepen door een koninklijke ordonnantie en het bleef bestaan tot de twintiger jaren van de 20ste eeuw. Aanvankelijk was het een gemaskerd bal zodat de high society zich kon verbergen.  

Op een gekleurde lithografie van Eugène Guérard (1821-1866) zien we de sfeer in de opera. Dames in rijkelijke gewaden, heren in zwart pak en hier en daar figuren uit de wereld van de Commedia dell’arte: o.m. Pierrot. Rechts in de loge probeert een man de dame te ontmaskeren. Herkennen ze elkaar? Bekijk de leuke details en beluister ondertussen nr. 2 (2:48), Pierrot. en nr. 15 (17:48) Reconnaissance van Schumanns carnaval.

Klank en beeld vallen wonderwel samen (klik op de pijltjes voor details)  

1/3

Ook Edouard Manet (1832-1883) neemt ons mee naar de opera en laat ons meegenieten van zijn mondaine wereld. Op zijn schilderij is de maskerade hier en daar nog in voege (klik op de pijltjes voor details). 

1/5

Sommige  vrouwen verbergen hun gelaat achter een zwart masker en ook sommige heren houden van de anonimiteit. Manet gebruikte daarnaast verschillende van zijn vrienden als model, zoals hij ook in andere werken deed.  Er wordt zelfs verondersteld dat de man met de blonde baard rechts een zelfportret is. Op de grond vooraan rechts ligt een blaadje uit een dansboekje waarop de schilder zijn handtekening heeft gezet. Links ligt een verloren zwart masker en zien we nog net de harlekijn die het geheel komt opvrolijken. Samen met twee meisjes vormt hij een kleuraccent tussen de donker geklede heren.

 

Ook de loges op de eerste verdieping lijken druk bezet. De afgesneden figuren bovenaan en aan de zijkanten van het schilderij zijn typerend voor de stijl van het impressionisme. Het is een drukke bedoening en Manet slaagt er wonderwel in dit in beeld te brengen. Hij volgt hierin de visie van Charles Baudelaire die in zijn essay De schilder van het moderne leven 

(1863)  stelt:

voor een schets van het menselijke gedrag en de afbeelding van het burgerlijke leven… is een snelheid van beweging nodig die een even snelle uitvoering door de kunstenaar vereist. Waarnemer, filosoof, flâneur… de menigte is zijn element, datgene wat lucht is voor vogels en het water voor vissen… Voor de perfecte flâneur, voor de hartstochtelijke toeschouwer, is het een immense vreugde om zich te nestelen in het hart van de menigte, te midden van de eb en vloed van de beweging, midden in het vluchtige en het oneindige.

Van het gemaskerd bal naar de Carnavalsfontein in Bazel.

Dit dynamische werk van Jean Tinguely (1925-1991) werd in 1977 ingehuldigd. Het is een hulde aan het oud theater dat op die plaats stond en met veel tegenkanting van de burgers werd afgebroken. Tinguely gebruikte stukken van het afgebroken theater om zijn figuren uit te werken. In een groot waterbekken  staan 10 mechanische, zwarte sculpturen die water rond spuiten. Tinguely gebruikt de zwarte verf als middel om zijn “objet trouvé” te laten verdwijnen. We vergeten de onderdelen waaruit de compositie is opgebouwd en zien enkel het speelse eindresultaat.

Met een herinnering aan de Commedia dell’arte roept de beeldhouwer figuren op als de prins, de raadsman, de handlanger, koning, koningin en edelman, hofdame, kamerdienaar en tuinman. De vele acteurs die in het voormalige theater op de planken stonden vinden hier hun speelse dubbelgangers.  Een attractie en “hotspot” in de stad! 

Jo Haerens

 
  • Lees hieronder de musicologische uitleg van Schumann's Carnaval.

  • Klik hier als je wil lezen / luisteren naar Schumann's Carnaval.

Voor een musicologische uitleg bij Schumanns Carnaval, bekijk de verschillende pagina's hieronder door op de pijlen vooruit of achteruit te klikken.

Robert Schumanns gemaskerd bal

 

Schumann, die in 1810 in Zwickau geboren werd, groeide op in een intellectueel klimaat dat beheerst werd door de literatuur: zijn vader was uitgever en boekhandelaar. Van de Schumannpers rolden uitgaven van beroemde auteurs als Byron, Cervantes, Goethe, Schiller en Scott, die de jonge Schumann niet alleen  gretig verslond, maar die later zijn composities zouden beïnvloeden. Als een typisch romantische kunstenaar twijfelde hij tussen het beroep van schrijver, pianist, componist en criticus.

 

 

Schumann Geboortehuis Zwickau.jpg

P. 1/4

Uiteindelijk koos hij voor een carrière als pianist, na intensieve studies in Leipzig bij de pianopedagoog Friedrich Wieck vanaf 1828, maar die werden in 1832 vroegtijdig afgebroken vanwege een verlamming aan de rechterhand ten gevolge van intensieve trainingen met een verdacht apparaat om de vingers correct op de toetsen te plaatsen.

 

Hij stapte dan definitief over naar de compositie, aanvankelijk uitsluitend voor piano: tot 1839 schreef hij exclusief voor zijn instrument. In een aantal van deze werken werd hij de schepper van de cyclus karakterstukken op basis van autobiografische en literaire associaties.

 

Een van de topstukken in het genre is de prachtige cyclus Carnaval, samengesteld uit 22 deeltjes. De inspiratiebronnen zijn zeer divers: de toenmalige rage van de dansmuziek (vooral de wals), de eigen levenssfeer, de literatuur en bevriende of bewonderde componisten. In Carnaval roept Schumann een gemaskerd bal op, waarin hij personages van divers allooi de revue laat passeren en portretteert. Maskers roepen ook raadselachtigheid op, geheimhouding en dubbelzinnigheid: het romantische thema van de ‘Doppelgänger’.

 

Schumann licht een tipje van de sluier op in de ondertitel van zijn cyclus: scènes mignonnes sur quatre notes (‘charmante scènes op vier noten’). Die vier noten noteert hij als deel 9 onder de geheimzinnige titel Sphinxes, als figuurlijke referentie aan die raadselachtige wezens. Het raadsel dat Schumann opgeeft bestaat uit vier letters, die zoals in de Abeggvariaties vier noten vertegenwoordigen.

 
 
Carnaval

Ik overloop hieronder kort de afzonderlijke deeltjes (met de timing van de uitvoering door Lavinia Bertulli).

Schumanns Carnaval is een meesterstuk, gebaseerd op de eigentijdse literatuur, op het volkstheater, op het gemaskerd bal, op dubbelzinnigheid en geheimdoenerij en op autobiografische elementen.

Kortom, een briljante synthese van een reeks typische romantische thema’s. 

Ignace Bossuyt

Start de youtube en volg de uitleg via de opeenvolgende bladzijden. De opgegeven timing houdt je in de pas. Om de timing op de youtube constant te blijven zien, plaats je de cursor op de rode lijn.

1. (0'19"​) Préambule (Quasi maestoso). Een wals als majestueuze inleiding tot de stoet van carnavaleske figuren.

2. (2'48") Pierrot (Moderato: gematigd tempo). Portret van de rustige, charmante figuur uit de commedia dell’ arte, die echter plots uit zijn krammen kan schieten, zoals te horen in de dynamische contrasten tussen piano en forte.

3. (4'51"​) Arlequin (Vivo : ‘levendig’). De grillige, springerige melodie roept de acrobatische toeren op van een andere figuur uit de commedia dell’ arte: Arlecchino.

Uitvoering: live-uitvoering door Lavinia Bertulli

 

Partituur: https://imslp.org/wiki/Carnaval,_Op.9_(Schumann,_Robert)