Johann Sebastian Bach, Suite nr. 5 voor solocello (BWV 1011) – Sarabande
Tot de spectaculairste werken van Johann Sebastian Bach (1685-1750) behoren ongetwijfeld de twee cycli van zes werken voor soloviool (BWV 1001-1006) en voor solocello (BWV 1007-1012). ‘Spectaculair’ niet zozeer of toch niet alleen omwille van de vereiste technische en interpretatieve vaardigheden van de uitvoerder, maar vooral in verband met de onwaarschijnlijke stilistische veelzijdigheid en de brede band aan emotionele expressie die Bach realiseert op twee solistische strijkinstrumenten zonder begeleiding.
Ik kies één fragment uit dat dankzij de combinatie van extreme reductie van het muzikaal materiaal en van maximale uitdrukkingskracht tot de absolute hoogtepunten behoort van wat uit Bachs pen vloeide – en precies daardoor is dit een ‘spectaculair’ werkstuk: de sarabande uit de vijfde suite voor cellosolo (BWV 1011).
De suite behoort tot de populairste genres tijdens de barokperiode, vooral voor klavecimbel - in mindere mate voor traverso, luit, viool en cello - en voor orkest. De suite voor een solo-instrument kreeg in de loop van de zeventiende eeuw vaste vorm in de opeenvolging van vier basisdansen die contrasteerden in metrum (twee- of drieledig), tempo (van traag tot snel) en karakter: allemande, courante, sarabande en gigue. Naderhand werd soms een inleidende prelude toegevoegd en nog andere dansen, vaak populair van oorsprong, in Duitsland Galanterien genoemd. Soms is het danskarakter nog aanwezig, andere zijn ‘geleerder’ uitgewerkt. In Duitsland noemde men die meer gesofisticeerde manier van componeren passend künstlich elaboriert (‘kunstvaardig uitgewerkt’). Naar de praktische dans verwijzen onder meer nog de herhalingsstructuur (twee delen die herhaald worden) en de symmetrische fraseopbouw (zoals eenheden van vier of acht maten). Voor meer details verwijs ik naar de bijdrage nr. 34 uit de eerste reeks Muziek en beeldende kunst in dialoog (Onbekende meesterwerken van kleinmeesters). Ik beperk me hier specifiek tot de sarabande.
De sarabande is een langzame dans in drieledige maat (3/4 of 3/2), plechtstatig en vaak zeer intens qua expressie, meestal nogal melancholisch, vandaar dat die vaak werd gebruikt voor de uitdrukking van droefheid en lijden. Een van de beroemdste voorbeelden van een klaagzang in de vorm van een sarabande is de aria Lascia ch’io pianga uit de opera Rinaldo (1711) van Georg Friedrich Haendel (1685-1759), de eerste die voor het Londense theater componeerde. Daarin uit de door een tovenares ontvoerde Almirena, de geliefde van de kruisvaarder Rinaldo, een dappere krijger in dienst van Godfried van Bouillon tijdens de kruistocht in de jaren 1096-1099, haar intens verdriet en vertwijfeling om haar gevangenschap. In haar uiterste eenvoud qua melodie, in een puur syllabische voordracht (overwegend één toon per lettergreep) verloopt de aria ongehoord sereen, zonder emotionele uitbarstingen, maar met een intensiteit die destijds het Engelse publiek begeesterde en die nog steeds onweerstaanbaar ontroert.
Bachs vijfde cellosuite is een buitenbeentje door de zogenaamde scordaturastemming. Hierbij zijn de snaren van het instrument verstemd. De basisstemming van de cello is do (C) – sol (G) – re (d) – la (a), per snaar een kwint hoger (zoals bij de viool en de altviool). In de vijfde suite voor cello verlaagt Bach de hoogste snaar met één toon tot sol (g). Dit liet de speler niet alleen toe bepaalde samenklanken te spelen die in de normale stemming onmogelijk of moeilijk uit te voeren zijn, maar ook waren daardoor ongewone klankeffecten mogelijk. Een specialist van de scordaturastemming was de zeventiende-eeuwse violist Heinrich Ignaz Franz von Biber (1644-1704). Hij componeerde een reeks van vijftien vioolsonates als begeleidende muziek bij meditaties over de mysteriën van Maria, bekend als de Rosenkranzsonaten. In die cyclus sonates is de viool in veertien werken anders gestemd, niet alleen één snaar, maar ook zelfs alle vier!
Zoals in de sonates en partita’s voor soloviool stond Bach voor de uitdaging om op een strijkinstrument met enkel vier snaren melodie en harmonie met elkaar te combineren. Melodie was geen probleem, harmonie was alleen mogelijk door grepen op twee of meer snaren tegelijk, maar de technische mogelijkheden waren beperkt. Grote sprongen naar de laagste regionen van het instrument suggereerden een bastoon als harmonisch fundament.

De sarabande is een van de eenvoudigste stukken die Bach heeft gecomponeerd, maar als luisterervaring een van de aangrijpendste. Het is een intense klaagzang waarin Bach de essentie van de muziek tot in de kern uitpuurt. Het stuk is doorlopend eenstemmig. Het groeit organisch vanuit een dalend motief van vijf noten (vier achtsten en een kwart), dat Bach verder nog uitbreidt tot zes noten door de splitsing van de kwart in twee achtsten. Het verschijnt zowel in dalende als in stijgende vorm, in talrijke varianten. Het melancholische karakter wordt vooral bepaald doordat de tweede tel van de driekwartsmaat, die altijd (behalve in één maat) een dalende of stijgende secunde is, meestal zelfs een halve toon (veertien tegenover slechts vijf hele tonen), bekend als Seufzer of zuchtmotief, als muzikaal symbool van droefheid. Daardoor krijgt die tweede tel extra nadruk, wat overigens kenmerkend is voor de sarabande. De melodie doorloopt het volledige register van de cello, met in de slotmaat een verrassende (hoopvolle?) stijging naar een hoge toon. Meesterlijk.
(In deze tekst neem ik een fragment over uit de bespreking van de prelude en de sarabande uit Bachs vijfde cellosuite in mijn recent verschenen boek Bach dag na dag. Een jaar vol hemelse muziek, 2 de druk, Sterck & De Vreese, Gorredijk, 2026, p. 158-160.)
Ignace Bossuyt
Uitvoeringen:
Bach, Sarabande
https://www.youtube.com/watch?v=YbsCnogb0X4 – 13:14 (live) – Steven Isserlis
https://www.youtube.com/watch?v=ea7i-NKJs3o – 15:27 (live) – Ailbhe McDonagh
https://www.youtube.com/watch?v=zEHXTrJb3HQ – 13:42 (live) – Hidemi Suzuki
https://www.youtube.com/watch?v=m_SnhF1JWzs – 17:16 (live) – Gabriel Martins
https://www.youtube.com/watch?v=WvFbgMBScYI – 15:36 (live) – Wen-Sinn Yang
https://www.youtube.com/watch?v=xhJuSU6C1e0 (met partituur) -Yo Yo Ma
Haendel, Lassa ch’io pianga
https://www.youtube.com/watch?v=EKo_EmfEPWs – Kirsten Blaise, sopraan, Voices of Music
Tony Cragg, Points of View
De beluistering van Bachs sarabande neemt je mee in een “organisch groeiende” klankstroom. Vanuit deze luisterervaring zochten we een beeldend werk waarin een basismotief op een schijnbaar organische wijze evolueert en zich ontwikkelt. De reeks Points of View van de Brits-Duitse kunstenaar Tony Cragg (Liverpool 1949) visualiseert onze luisterervaring.
Tony Cragg startte zijn loopbaan als laboratoriumtechnicus, maar de artistieke wereld was zijn roeping. In 1969 werd hij toegelaten tot het Gloucestershire College of Art and Design en studeerde verder aan de Wimbledon School of Art. Vanaf 1973 nam hij de beeldhouwkunst op tijdens zijn studies aan het Royal College of Art in Londen. In 1976 werd hij docent aan de École des Beaux-Arts in Metz, maar in 1977 verhuisde hij naar Wuppertal, de geboorteplaats van zijn eerste vrouw. Hij woont en werkt er nog steeds.
In zijn nieuwe thuisland werd hij een gewaardeerd docent, hoogleraar en rector aan de Kunstacademie van Düsseldorf. Aan de Universiteit van de Kunsten in Berlijn had hij een leerstoel in beeldhouwkunst.
Hij was meerdere malen vertegenwoordigd op de Biënnale van Venetië en de Documenta in Kassel, evenals op de biënnales van São Paulo en Sydney. In 1988 kreeg hij de Britse Turner Prize. Na het ontvangen van diverse eredoctoraten en vele andere prestigieuze prijzen werd hij in 2003 benoemd tot Commandeur in de Orde van het Britse Rijk. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste hedendaagse beeldhouwers en ontving in 2007 de Praemium Imperiale, de wereldwijde cultuurprijs van het Japanse keizerlijke hof.
Points of View is een van Tony Craggs beroemdste sculptuurseries waar hij in de vroege jaren 2000 mee startte. Beelden uit de serie bestaan uit torenhoge, golvende kolommen die tussen abstracte en figuratieve vormen verschuiven naarmate je eromheen loopt, vandaar ook de titel. De organische vormen doen, vanuit bepaalde perspectieven bekeken, denken aan menselijke profielen. Cragg voerde de serie uit in verschillende materialen: brons, cortenstaal, hout en roestvrij staal. Elk materiaal geeft aan het werk vanzelfsprekend een eigen uitstraling. Vaak start de beeldhouwer met een model van gestapelde houten ellipsvormen dat vervolgens als mal dient voor de metalen gietvormen. Welk materiaal hij ook gebruikt, steeds opnieuw geven de sculpturen een instabiele indruk en ervaart de toeschouwer een dynamische spanning.

De kolommen uit Points of View laten zich pas kennen als we de tijd nemen om het werk te 'verkennen'. Gezichten verschijnen en vervagen tussen de golvende lijnen, afhankelijk van je standpunt. En hier raakt Points of View de sarabande van Bach. Ook het doordringen in de sarabande van Bach vraagt tijd en aandacht om van de eenvoudige melodielijn 'een aangrijpende luisterervaring' te maken waar menselijke emoties zich opdringen. Het statisch materiaal in het werk van Cragg en de eenvoudige melodielijn bij Bach evolueren doorheen het werk naar respectievelijk een dynamische vorm en opgebouwde spanning. Beeld en klank vinden elkaar in een vloeiende dialoog waar materie en klank verglijden in de tijd. Door de afwezigheid van begeleidende akkoorden of een duidelijk zichtpunt moet de luisteraar of kijker zelf de "leegte" invullen.

In diverse musea, collecties of openbare ruimtes zorgen kolommen van Points of view voor telkens weer verwondering. Zo ook in de tuin van het indrukwekkend Carmen Würth Forum te Künzelsau (Baden Württemberg). Het architectenbureau David Chipperfield Architects uit Berlijn ontwierp het Museum Würth 2 dat in 2017 geopend werd. Het ondernemers- en kunstverzamelaarsechtpaar Reinhold en Carmen Würth stellen op deze plaats hun collectie uit de late 19de, 20ste en 21ste eeuw tentoon in een wisselende opstelling. Daarenboven worden er ook concerten en evenementen georganiseerd. Het is een inspirerende plek die door de talrijke kunstwerken aan de bedrijfscampus Würth een extra dimensie geeft.
Wil je graag meer werk van Tony Cragg ontdekken, dan is Skulpturenpark Waldfrieden in het Duitse Wuppertal een “must see”. Het beeldenpark is opgericht en gerealiseerd dankzij het initiatief van Tony Cragg. In zijn zoektocht naar een permanente locatie voor zijn sculpturen in openlucht, ontdekte hij het verlaten landgoed Waldfrieden. Hij kocht het in 2006 en begon met de herinrichting van het park en de gebouwen. Na jarenlange leegstand drong een grondige renovatie en modernisering zich op. In 2008 werd het beeldenpark geopend onder auspiciën van de stichting van de familie Cragg. Het park herbergt een steeds groeiende collectie sculpturen, waaronder werken uit het omvangrijke oeuvre van Tony Cragg zelf. Daarnaast zijn er wisselende tentoonstellingen van internationaal bekende kunstenaars, lezingen over cultuur en geesteswetenschappen, en concerten. Daarnaast zet de Cragg Foundation zich ook in voor onderzoek naar en publicaties over het onderwerp beeldende kunst.


Jo Haerens







