Blijf-in-je-kot

57

Coronablog 2020 n°

15 mei 2020 - Virtueel naar Villers-la-Ville

Eerste deel van een virtuele uitstap naar Villers-la-Ville en Louvain-la-Neuve (lezing van Kunstontmoetingen op 14 mei 2020), voorbeelden van innovatieve concepten van collectief wonen.

15 mei 2020 - Virtueel naar Villers-la-Ville
15 mei 2020 - Virtueel naar Villers-la-Ville

Deze eerste post als herinnering aan onze virtuele uitstap naar Villers-la-Ville en Louvain-la-Neuve (lezing van Kunstontmoetingen op 14 mei 2020), voorbeelden van innovatieve concepten van collectief wonen

Terug actueel, dus interessant om uit de geschiedenis te leren.


Bijna 1000 jaar geleden, in 1098, stichtte Robert, abt van de abdij van Molesmes, een nieuwe abdij in Citeaux  en een nieuwe kloosterorde, de Cisterciënzers. Hij wou hiermee de Regel van Benedictus 'Ora et Labora' strikter naleven dan in de Franse 'luxueuze' benedictijnenkloosters, zoals  Cluny. Vrij snel ontstonden dochterabdijen, o.a. in Clairvaux, gesticht door de Bourgondische edelman Bernardus van Fontaines in 1115. Hij ontwikkelde een ingenieus systeem van 'celdeling', waarbij elke nieuwe abdij zich verplichtte tot het oprichten van dochterabdijen binnen een bepaalde tijd. Een viraal proces dus, waardoor de kloosterorde zich op zeer korte tijd kon verspreiden over heel West-Europa. 


Bernardus was niet alleen een fervent promotor van de nieuwe, strenge leefregels, hij was ook een ondernemer, diplomaat en succesvol zakenman. Zijn franchising-model omvatte niet alleen de specifieke leefregels, maar ook instructies en afspraken voor organisatie en werking. In het pakket zaten ook de bouwplannen voor duurzame kloostergebouwen volgens een vast stramien, alle nodige technieken en gereedschappen voor zelfonderhoud en alle regels voor de sociale interactie. Ongetwijfeld waren deze hotspots van beschaving zeer welkom in de onherbergzame streken waar ze zich vestigden, want ze creëerden werk en welvaart. Maar anderzijds kon de kloosterorde, en dus ook de Paus in Rome, moreel gezag uitoefenen op adel en landheren. Zo ook dus in Villers-la-Ville, waar de abdij gesticht werd in 1146.


Vandaag blijven er alleen nog de ruïnes over. De typische structuur en de sobere maar sublieme abdijarchitectuur is nog goed te zien.  Bekijk bv. de video hieronder voor een dronevlucht over de abdij. Romantische beelden van een vervlogen tijd.


Maar beelden we ons eens in hoe er hier geleefd werd. Zoals bij een Romeinse villa, liggen alle vertrekken rond een centrale tuin met pandgang. Monniken en lekenbroeders hebben elk hun plek. Er zijn gemeenschappelijke ruimtes voor gebed, voor de maaltijden, voor discussie, voor ontspanning, voor het werk. Compact en functioneel, intiem en afgesloten van de buitenwereld, maar ook in symbiose met de omgeving en de natuur. Een efficiënt en ecologisch verantwoord samenlevingsmodel voor mensen met een gelijkaardige levensvisie

   

Collectief wonen en co-housing zijn vandaag niet zoveel verschillend: gezinnen die beslissen om samen te wonen in erven en mini-dorpen, met voor ieder een aparte woning rond een gezamenlijk binnenplein, maar met een 'common house': gemeenschappelijk ruimtes zoals eetzaal, keuken, speelzalen voor de kinderen, telewerkruimtes, hobbykamers, muziekstudio's, knutsellokalen. Wellicht is co-housing niet voor iedereen weggelegd, maar misschien hebben we nood aan een nieuwe Bernardus van Clairvaux om met dit concept een viraal franchising project te starten.


En als afsluiting hier 2 kleine koorstukken, muziek uit de periode van de stichting van Villers-la-Ville, dus 11e en 12e eeuw. Muziek die aanzet tot meditatie en zelfreflectie. Zo actueel als de co-housingconcepten van abdijen, zo actueel is ook deze muziek van mensen.

  • Vanuit de kloosterorde der Tempeliers, een kruisridderorde afgeleid van de Cisterciënzers, deze hymne Salve Regina, uit het Manuscript van het H. Graf van Jeruzalem, 12e eeuw, uitgevoerd door het ensemble Organum, Marcel Pérès (Naïve).

  • Van Hildegard von Bingen - 1098 - 1179, dit lied Hortus Deliciarum. Deze Duitse benedictijnse abdis is de 1e componiste uit de geschiedenis van de klassieke muziek die bij naam bekend is. Een zeer ondernemende en geëmancipeerde vrouw die ook contacten onderhield met Bernardus van Clairvaux.

   

Postscriptum  1

Prof. Ignace Bossuyt, inmiddels een trouwe bloglezer en ook al aangehaald in onze post van 5 mei, stuurt ons nog volgend interessant weetje door: tussen 1240 en 1250 was Arnulf van Leuven abt van Villers-la-Ville. Hij  schreef teksten die later gebruikt werden in de prachtige cyclus Membra Jesu nostri van Dietrich Buxtehude. Ook zouden zijn teksten het beroemde koraal O Haupt voll Blut und Wunden, op tekst van Paul Gerhardt, hebben geïnspireerd, cfr. Bachs  Mattheuspassie.


Postscriptum 2

Lic. Kunstgeschiedenis Kristien Mulier meldt ons dat haar licentiethesis in 1981 handelde over de grafmonumenten van de Brabantse hertogen. In de periode van abt Arnulf van Leuven koos Hendrik II de abdij als zijn laatste rustplaats (+1248). In 1930 heeft men de stoffelijke resten van Hendrik II vanuit Villers naar Leuven overgebracht om onderzocht te worden door Prof Charles Nelis, de overgrootvader van Kristien Mulier. Zijn anatomo-pathologisch onderzoek identificeerde reeds in 1929-1930 de gebeenten van Hendrik I, Godfried III en Godfried II (resp vader, groot-, en overgrootvader van Hendrik II), alle drie in de St Pieterskerk te Leuven begraven. In 1935 werd het kistje met het gebeente van Hendrik II bijgezet in het indrukwekkende grafmonument van zijn vader Hendrik I in de St Pieterskerk te Leuven. Recent heeft men het grafmonument van Hendrik I gerestaureerd en daar opnieuw het kistje met zijn gebeente “(her-)ontdekt” (wordt verteld in de podcast Moving Henry).

15 mei 2020 - Virtueel naar Villers-la-Ville