Blijf-in-je-kot

58

Coronablog 2020 n°

16 mei 2020 - Louvain-la-Neuve, de Nieuwe Stad

Tweede deel van een virtuele uitstap naar Villers-la-Ville en Louvain-la-Neuve (lezing van Kunstontmoetingen op 14 mei 2020), voorbeelden van innovatieve concepten van collectief wonen.

16 mei 2020 - Louvain-la-Neuve, de Nieuwe Stad
16 mei 2020 - Louvain-la-Neuve, de Nieuwe Stad

Deze twwede post als herinnering aan onze virtuele uitstap naar Villers-la-Ville en Louvain-la-Neuve (lezing van Kunstontmoetingen op 14 mei 2020), voorbeelden van innovatieve concepten van collectief wonen. Vandaag Louvain-la-Neuve, een nieuwe stad.


Begin 1968 resulteerde het studentenprotest  ‘Leuven Vlaams’ / ‘Walen buiten’ in de val van de regering en de splitsing van de Leuvense universiteit in 2 aparte universiteiten: de KUL, Katholieke Universiteit Leuven, en de UCL, Université Catholique de Louvain. Er werd een nieuwe site gevonden in Brabant, dichtbij Ottignies: een heuvelend landschap van weiden en bietenvelden. In 1970 startte de bouw van de Cyclotron (dat aan de basis ligt van de latere spin-off IBA), in 1972 kwamen de eerst studenten en in 1979 was de transfer volbracht. Een nieuwe stad was geboren: Louvain-la-Neuve of LLN.


In die tijd zochten veel universiteiten in binnen- en buitenland naar uitbreiding buiten het stadscentrum. Denk maar de KULAK, de UIA campus Wilrijk, Diepenbeek, campus Heverlee. De grote Amerikaanse campussen stonden model: een parkachtige omgeving met verspreide inplanting van universiteitsgebouwen, met ruime toegangswegen en parkings en groene plantsoenen. Studenten wonen in studententehuizen aan de rand van de campus of in de naburige stad.


Voor Louvain-la-Neuve hadden de urbanisten o.l.v. Prof. Raymond Lemaire een ander concept voor ogen: zij wilden de sfeer en authenticiteit van een echte stad bewaren, een kopie van een historische stad als Leuven. Dat betekent dat alles vermengd is in het straatbeeld: universiteitsgebouwen, winkels, huisvesting voor studenten, woningen, cultuurhuizen… alles door elkaar met een onregelmatig stratenpatroon.


Maar weliswaar met 1 grote nieuwigheid: er zijn alleen voetgangers toegelaten. Dergelijke scheiding van verkeersstromen was reeds gesuggereerd door le Corbusier en vanaf 1964 toegepast in de nieuwe zakenwijk Paris-La Défense: op het grondniveau het gemotoriseerde verkeer en parkings, daarboven een betonplaat als het nieuwe gelijkvloers voor de voetgangersstad, “le parvis” in Parijs, “la dalle” in LLN.


Qua stijl werd aanvankelijk gekozen voor een mix van postmodernisme en brutalisme (of ook beton brute). Betonnen draagstructuren zijn bewust zichtbaar gebleven en vormen een decoratief onderdeel van de gevel, al dan niet opgevuld met baksteen. De houtnerven van de bekisting zijn duidelijk zichtbaar, geven reliëf en structuur en maken het beton zachter. 


De vormentaal refereert naar de klassieke architectuur en de Grieks-Romeinse archetypes: zuilengalerijen, driehoekige tympanen, rondbogen, oculi, alles in symmetrische verbanden. Soms lijkt het  alsof de universiteitsstad Bologna als voorbeeld diende, vooral door de vele portico’s of gaanderijen die beschutting bieden aan de voetgangers. 


Ook vind je heel wat kunst in de openbare ruimte. Dat vermenselijkt de steenmassa en brengt de stad tot leven. Sculpturen en street art wisselen elkaar af en vormen onderdeel van het straatbeeld.


Enkele hotspots:

  • La Grande Place, met het glasgebouw de Aula Magna (arch. Ph. Samyn), de Cinescope met zijn uitspringende puntluifel, het College Albert Descamps met het klokkentorentje (fac. Theologie).

  • Aan de rand van de "dalle" ligt het Museum Hergé, te bereiken via een loopbrug, alsof een imaginair schip uit een strip hier aangemeerd ligt. Dit Kuifje-museum is ontworpen door Pritzkerprijswinnaar Christian de Portzamparc in 2009

  • Eén van de mooiste pleinen is ongetwijfeld de Place des Sciences, met op de kop het iconische bibliotheekgebouw, nu Musée L, en rond het plein een uniek ensemble in beton brute, alles van de architect André Jacqmain. Hoe een betonnen gebouw tot een abstract sculptuur kan sublimeren. 

Dat postmodernisme van LLN mag nu wel wat gedateerd ogen en niet alles ziet er na 45 jaar studentenleven even fris uit, maar juist dat getaand tintje levert het specifieke cachet van deze levende stad. Gestart als een stad van studenten is LLN nu uitgegroeid tot volwaardige stad, niet alleen voor studenten, maar voor mensen die houden van de ongedwongen sfeer van de 'jeunesse', van het 'avant-garde' cultuuraanbod, van de vele faciliteiten voor sport en ontspanning, van de verkeersvrije inrichting, van het groen en de parken. Een geslaagd co-housing project dus dat model kan staan voor herinrichting van onze steden.


Tot slot, dit promo filmpje  gemaakt door KAP Signes in de LSFB (Langue des Signes de Belgique Francophone) gebarentaal. KAP Signes is een studentenorganisatie die zich inzet voor de verspreiding van de gebarentaal en dove studenten helpt bij hun studies. Het filmpje voert je mee door de straten van LLN, terwijl je luistert naar de hymne van LLN, een chanson van Edouard Priem uit 1996.


PS: Erik Hertog stuurde ons na afloop van de zoom-sessie nog deze tip door: zijn zoon Prof. Thomas Hertog zorgde 3 jaar geleden samen met collega's voor een link tussen LLN en KUL met de onthulling van een beeldje/gedenkplaat voor G. Lemaitre (bedenker van de oerknal!) op beide plaatsen, op de Place des Sciences in LLN en in het Premonstratenzerklooster in Leuven in de Naamse Straat waar Lemaître zijn bureau had. Er is inmiddelsook een Big Bang fietsroute die beide plekken verbindt.

16 mei 2020 - Louvain-la-Neuve, de Nieuwe Stad